< Terug naar vorige pagina

Publicatie

'Hy dwong het volk door klucht te luistren naar hun plichten'

Boek - Dissertatie

Ondertitel:maatschappijkritiek in het zeventiende-eeuwse komische toneel in de Nederlanden
De debatten over het komische toneel draaiden de laatste decennia vooral rond de functie van deze toneelstukken. Een belangrijk aspect van het komische toneel is tot nu toe veronachtzaamd. Hoewel ‘satirische’ of ‘hekelende’ passages al sinds de negentiende eeuw in het genre van het komische toneel zijn opgemerkt, werd deze maatschappijkritiek in kluchten en blijspelen nooit eerder grondig bestudeerd, en al zeker niet in een groot corpus van toneelstukken uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Daarom beoogt dit proefschrift een eerste gedetailleerde analyse van de inhoud en de strategie van maatschappijkritiek in een corpus van 123 komische toneelstukken uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden uit de periode 1600-1700. In hoofdstuk 2 staan de meest voorkomende maatschappijkritische thema’s in de categorieën levensstijl (mode), maatschappelijke problemen (Duitse immigratie), beroepen (gerechtsgeleerden en lokale gezagsdragers) en privéleven (kritiek van vrouwen op de privésfeer) centraal. Dit hoofdstuk toont bovendien de actualiteitswaarde van de kritische thema’s en de inhoudelijke verschuivingen binnen maatschappijkritische thema’s. In aanvulling op horizontale casussen per thema, richt hoofdstuk 3 zich op zes verticale casussen over individuele toneelschrijvers, verspreid over verschillende periodes en regio’s (Noord-Zuid en provincie-grootstad). Voor Amsterdam staan Willem Dirckzoon Hooft (1594-1658), begin zeventiende eeuw, en Thomas Asselijn (1620-1701), einde zeventiende eeuw, centraal. Voor Antwerpen is dat Willem Ogier (1618-1689), die zowel in de jaren dertig als in de jaren zeventig van de zeventiende eeuw toneel schreef. De casussen over de Noordelijke provinciesteden belichten Gerrit Corneliszoon Van Santen (1591/’92-1656), Delft, begin zeventiende eeuw, en Joan van Paffenrode (1618-1673), Gorinchem, midden zeventiende eeuw. Voor het Zuiden is dat Cornelis de Bie (1627-1715), Lier, einde van de zeventiende eeuw. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de persoonlijke voorkeuren van toneelschrijvers in het bekritiseren van de maatschappij en biedt verklaringen voor de regionale verschillen. Hoofdstuk 4 ten slotte, brengt de verschillende literaire strategieën waarmee toneelschrijvers de maatschappij bekritiseerden in beeld. De maatschappijkritiek in komische toneelstukken uit de zeventiende eeuw werpt een nieuw licht op de functie van het genre. Komische toneelstukken bevatten vaak uiteenlopende kritische meningen die niet noodzakelijk verband houden met elkaar, of met een ‘overkoepelende’ moraal, waardoor duidelijk is dat ze bewust zijn aangebracht. De humor die zo cruciaal is voor het genre, zorgde ervoor dat kritische meningen op een toegankelijke en speelse manier werden overgedragen. De talrijke en diverse literaire strategieën die de auteurs aanwendden in komische stukken bewijzen dat toneelschrijvers duidelijk alles in het werk stelden om bewust de publieke opinie te beïnvloeden. Komisch toneel speelde dus een belangrijke rol in de vroegmoderne opinievorming, die tot nu toe vooral in liederen, pamfletten en ernstige toneelstukken werd onderzocht. Deze beïnvloeding kon verschillende doelstellingen hebben: het bevestigen of doorbreken van reeds lang bestaande opinies, het publiek provoceren of aanzetten om te reflecteren op de maatschappij.
Aantal pagina's: 344
Trefwoorden:Doctoral thesis
Toegankelijkheid:Closed