< Terug naar vorige pagina

Project

Identificatie, mediagebruik en televisienieuws. Exploratief onderzoek bij gezinnen met Marokkaanse en Turkse voorouders in Vlaanderen

Deze studie snijdt twee nieuwe themas aan in Vlaams minderhedenonderzoek. Enerzijds bestuderen we de nieuwsconsumptie bij 25 Vlaamse gezinnen met kinderen van 12 jaar of ouder, van wie 12 met Marokkaanse en 13 met Turkse voorouders. De in totaal 102 gezinsleden werden tweemaal drieuur bij hen thuis bevraagd. Anderzijds verkennen we de mogelijkheid om identificatie(Brubaker, 2004; WRR, 2007) als alternatief te hanteren voor de courant gebruikte concepten etniciteit, identiteit, religie die ontoereikend en te problematisch bleken om adequaat te beschrijven wat uit de interviews en de analyses naar boven kwam: de gelaagde diversiteit aan houdingen t.a.v. etnische en religieuze labels, het feit dat identificaties individu- en contextafhankelijk zijn, maar vooral ook de vele andere identificaties die niet zelden belangrijker waren danetnische of religieuze labels. De resultaten werden etnografisch en op basis van Grounded Theory opgebouwd uit ruim 4700 paginas aan interviews en observatienotas en het veldexperiment de vertoning van een VRT-journaal , met linguistic pragmatics als waakhond voor een op systematische bevindingen gesteunde analyse. 

Identificatie laat toe om zowel in de breedte als in de diepte te diversifiëren. Informanten worden immers niet verengd tot etnische (etnonormativiteit) of religieuze (chain of equivalence, Laclau & Mouffe, 1985) identificaties, die bovendien zelden primeren. De aandacht voorandere identificaties en de opdeling in drie  functionele (dagelijkse rollen), normatieve (waarden) en emotionele (gevoelens van behorentot)  identificatiedimensies, die elkaar aanvullen én nuanceren, maken de benadering gelaagder en gediversifieerder. De aandacht voor de interne diversiteit en voor de primordiale rol van het individu en de context bij de identificaties levert in diverse domeinen meer onderbouwde resultaten en verklaringen op (vb. i.v.m. taal, religie, zenders). Zo sluit identificatie nauw aan bij de bevinding dat er inderdaad (Cesari, 2003, 1998) sprake is van een privatisering en individualisering van religie: de meesten zien religie als iets tussen hen en god en maken hun persoonlijke, contextueel bepaalde balans op van wat ergedaan moet worden om voldoende moslim te zijn. Deze balans wordt afgewogen tegen diverse interpretaties van doctrine en tradities, maar ook tegenover de tijdsgeest, haalbaarheid, menselijke en leeftijdsgerelateerde overtuigingen en processen, et cetera. De aanwezigheid van de ene identificatiedimensie impliceert verder niet noodzakelijk dat andere dimensies een rol spelen. Normatieve identificaties hebben vaak een aparte dynamiek, terwijl emotionele identificaties vaak ruimer zijn dan de gevoelens van het behoren tot een (sic) etnische of religieuze gemeenschap. Functionele identificaties spelen een primordiale rol bij talvan analyses (ook in relatie tot herkomst en religie), waar zein de literatuur doorgaans ontbreken. Het is onmogelijkom hier de diverse bevindingen op dit vlak uit de doeken te doen, dus beperken we ons tot twee voorbeelden om het voorgaande te staven. Wie tijdens de ramadan naar een religieus programma kijkt, doet dit niet noodzakelijk vanuit een normatieve identificatie (vb. inhoudelijke bevestiging), maar vaak eerder vanuit emotionele (vb. sfeer, antropologische nieuwsgierigheid) en functionele (vb. directe context) identificaties. Bij een werkloosheids- en minderhedengerelateerd item in het vertoonde journaal speelde herkomst geen rol voor diverse jongeren en werknemers, maar wel het feit dat men in die hoedanigheden niet geïnteresseerd was in werkloosheidsgerelateerde items.

De meeste gezinsleden consumeren (bijna) dagelijks nieuws; wel tellen de 11- tot 15-jarigen minder nieuwskijkers, vooral omdat men balanceert tussen journaals voor volwassenen en jeugdjournaals. In de gezinnen wordt nieuwsconsumptie wel vaak gestimuleerd hoewel niet altijd succesvol via (een combinatie van) actieve stimulansen (vb. vragen om mee te komen kijken), passieve stimulansen (vb. creëren van gewoontes) en conversatiegerelateerde stimulansen (vb. praten over het nieuws). De meeste informanten consumeren nieuws omdat het een dagelijks ritueel is en vooral informatiegaring, zelfvervolmaking, sociale en functionele functies kwamen naar voren als motivaties. Televisie blijft het populairste nieuwsmedium, gevolgd door het internet (m.n. websites van televisiezenders en kranten). Gedrukte kranten en vooral radio zijn minder populair, zeker bij de jongeren. De mogelijkheden van de diverse media worden vaak gecombineerd, maar vooral gewoonte / ritueel kijkgedrag, gemakzucht / rust, de beeldcultuur en de selectiemogelijkheden zijn bepalend bij de keuzes. De meeste gezinsleden bekijken hun televisienieuws eerder op Vlaamse zenders (VTM, één, Canvas en regionale kanalen). De Turkse zenders Kanal D en Show TV komen in de buurt, maar de kloof tussen de Vlaamse en de Arabischtalige zenders (vooral Al Jazeera, 2M en RTM) is veel groter. Nieuws op satellietzenders is vooral iets voor de eerste generatie. Verder distilleerden we de 15 belangrijkste kenmerken die volgens de informanten een rol spelen in hun keuzes qua televisienieuws: het wantrouwen t.a.v. Marokkaanse en Turkse zenders, de nabijheid van een bron t.o.v. gebeurtenissen, de reputatie van zenders, taalgebruik, beeldgebruik, levendigheid, uitzenduur, gewoonte / ritueel kijkgedrag en daarmee samenhangend zendergetrouwheid, functionele identificatie, relatieve zelfperceptie,
kritische ingesteldheid, de sociale kijkcontext, het nieuwe in nieuws, internationaal of buitenlands nieuws en de individuele interesse in themas, zoals politiek, cultuur, sport, faits-divers, enz. Het veldexperiment bevestigt in grote lijnen deze analyses en voegt enkele bevindingen toe: de gecontextualiseerde, polysemische en intertekstuele lezingen en evaluaties van de items, de belangrijke rol van leeftijd in de consumptie en het feit dat degezinsleden (al dan niet bewust) kiezen langs welke lijnen ze zich willen (des-)identificeren. De vaak aangehaalde kritische attitude van minderheden dient genuanceerd te worden: naast kritische, zijn er ook niet-kritische en selectief-kritische consumenten (vb. enkel bij bepaalde themas) en verder preciseren de meesten dat hun kritische zin ook varieert, afhankelijk van onderwerp, niveau (vb. grote lijnen vs. details) en interpretatie. Door het grotere aanbod van VRT is er geen zendergebondenheid te detecteren bij de duiding- en actualiteitsprogrammas en worden deze vooral gesmaakt o.w.v. de diepgang en de diverse stemmen die aan bod komen. De tegenhangers op satellietzenders zijn quasi uitsluitend een mannenzaak. Qua beeldvorming draagt dit proefschrift twee nieuwe aandachtspunten aan: het feit dat kwaliteit (inhoudelijk, personen in beeld, ) belangrijker is dan schermpluralisme dat eerder een principiële kwestie is, naast een element van (h)erkenning en het feit dat een gelaagde definiëring van pluralisme noodzakelijk is (vb. op basis van identificatie i.p.v. op basis van etnische groepen of minderheden). Subalterne minderheidsgroepen (niet-gelovigen, jongeren, vrouwen) voelen zich immers door de actoren op het scherm niet vertegenwoordigd en bovendien voelen de gezinsleden zich eerder als Vlaming dan als allochtoon aangesproken door de negatieve beeldvorming omdat deze de dagdagelijkse functionele identificaties belemmert. Zo wordt pluralisme op het scherm niet (h)erkend o.w.v. de gebrekkige aandacht voor vooral functionele identificaties (i.c. taalkennis, contextualisering hier, eigen leefwereld, gender, ).
</>
Datum:1 okt 2008  →  3 jul 2012
Trefwoorden:Television news, Moroccan origin, Turkish origin, Flemish persons
Disciplines:Communicatie, Communicatietechnologie
Project type:PhD project