< Terug naar vorige pagina

Project

Efficiëntie en ex post screening in het hoger onderwijs - een dynamische discrete keuze benadering.

Vele  studenten verlaten het secundair of hoger onderwijs zonder een diploma te behalen. Een recent rapport (OECD, 2012) illustreert deze problemen: 16% van de jongeren in OESO landen behaalt geen diploma secundair onderwijs. 62% van de jongeren start aan het hoger onderwijs maar slechts 39% behaalt effectief een diploma. Een aanzienlijk aandeel van de studenten behaalt een diploma na één of meerdere jaren studievertraging.

In deze thesis analyseren we de impact van onderwijsbeleid op studiekeuzes en studievoortgang in het secundair en hoger onderwijs in Vlaanderen. De thesis bestaat uit vier hoofdstukken. De eerste drie hoofdstukken analyseren studiekeuzes en studievoortgang in het hoger onderwijs. Het laatste hoofdstuk analyseert de causale impact van schoolkeuze op studieresultaten in het secundair onderwijs.

 

Hoofdstuk 1: Socio-economische achtergrond en participatie in het hoger onderwijs: de impact van inschrijvingsgeld

In dit eerste hoofdstuk analyseren we de impact van socio-economische achtergrond op participatie aan het hoger onderwijs. We onderscheiden drie verschillende factoren die de lagere participatie van studenten van lagere socio-economische achtergrond kunnen verklaren. Een eerste oorzaak is dat deze studenten gevoeliger zijn voor kosten. Een tweede oorzaak is dat deze studenten andere voorkeuren en verwachtingen van hoger onderwijs hebben. Tenslotte behalen minder studenten van lagere socio-economische achtergrond een diploma in studierichtingen in het secundair onderwijs die het beste voorbereiden op hoger onderwijs.

We kwantificeren het belang van deze drie kanalen en schatten hiervoor een mixed logit discreet keuzemodel waarin we controleren voor niet geobserveerde heterogeniteit (Brownstone en Train, 1999). We besluiten dat voorkeuren en vooral vooropleiding belangrijker zijn dan kostengevoeligheid in het verklaren van de lagere participatie van studenten van lagere socio-economische achtergrond. Zoals in Kelchtermans en Verboven (2010), simuleren we het effect van het verhogen van het inschrijvingsgeld. Inschrijvingsgeld heeft een beperkte impact op participatie, maar beïnvloedt vooral de participatie van studenten van lage socio-economische achtergrond. Een alternatief beleid, met een lager inschrijvingsgeld voor studenten van lagere socio-economische achtergrond, gefinancierd door een verhoging van het inschrijvingsgeld voor andere studenten kan totale participatie in het hoger onderwijs verhogen en de participatiekloof naargelang socio-economische achtergrond verkleinen.

 

Hoofdstuk 2: Participatie en studievoortgang in hoger onderwijs zonder toelatingsvoorwaarden

In het tweede hoofdstuk analyseren we participatie en studievoortgang in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Vele studenten starten aan hoger onderwijs zonder een diploma te behalen of behalen een diploma na een aanzienlijke studievertraging. Het Vlaamse hoger onderwijs kent geen toelatingsvoorwaarden. De selectie gebeurt er ex post, op basis van studieresultaten in het hoger onderwijs.

We analyseren hoe een systeem van ex post selectie participatie en studievoortgang beïnvloedt. We ontwerpen een dynamisch discreet keuzemodel en bestuderen zowel de keuze tussen universiteit of hogeschool en de verschillende studierichtingen. In dit dynamisch model wegen studenten de huidige kosten en voordelen van studeren af tegenover de toekomstige verwachte voordelen op de arbeidsmarkt. Zoals in Arcidiacono (2004) en Bordon en Fu (2015) is de uitkomst van participatie onzeker. Na het eerste jaar observeren studenten hun studieresultaat en kunnen ze beslissen om hun opleiding verder te zetten, te heroriënteren of het hoger onderwijs te verlaten. Zoals in Arcidiacono en Miller (2011) controleren we voor niet-geobserveerde karakteristieken. Deze niet-geobserveerde karakteristieken kunnen gecorreleerd zijn overheen de tijd. We simuleren van de impact van oriëntatieproeven in een systeem met open toegang. Op die manier kunnen we beide systemen vergelijken en de effectiviteit van beide systemen beoordelen. We besluiten dat milde oriëntatieproeven niet-succesvolle participatie verlagen zonder in te boeten aan het totaal aantal uitgereikte diploma’s.

 

Hoofdstuk 3: Studievoortgang in hoger onderwijs: De impact van  bindend studieadvies

Na tegenvallende studieresultaten in het eerste jaar hoger onderwijs, heroriënteren vele studenten naar andere opleidingen. Een substantieel aandeel kiest er echter voor om toch dezelfde studierichting verder te zetten. In dit derde hoofdstuk evalueren we de impact van het opleggen van bindend studieadvies na het eerste jaar. Bindend studieadvies verplicht studenten naar een andere opleiding te heroriënteren indien ze slecht presteren. We bestuderen ook de impact van subsidies op studievoortgang zoals in Garibaldi et al. (2012) en Gunnes, Kirkeboen en Ronning (2013).

We ontwikkelen een dynamisch discreet keuzemodel zoals in het vorige hoofdstuk en simuleren de impact van het opleggen van bindend studieadvies. We besluiten dat lage standaarden weinig zullen veranderen. Gematigde of strenge standaarden daarentegen kunnen tot een daling van het aantal uitgereikte diploma’s leiden. Subsidies kunnen participatie verhogend werken en daarom ook een stijging van het aantal afgestudeerden met zich meebrengen. Het toekennen van subsidies op basis van studieresultaten in het hoger onderwijs is kosteneffectiever dan uniforme subsidies. Prestatiegerichte subsidies hebben een kleiner effect op totale participatie, maar leiden tot een hoger aantal diploma’s.

 

Hoofdstuk 4: Schoolkeuze en specialisatie van scholen in het secundair onderwijs

In het vierde hoofdstuk analyseren we de impact van schoolkeuze op het tijdig behalen van een diploma secundair onderwijs. Leerlingen starten in het eerste jaar van het secundair onderwijs aan een gemeenschappelijk studieprogramma. In de loop van het secundair onderwijs kiezen zij dan een specifiek programma. Sommige scholen bieden zowel programma’s aan in meerdere domeinen (ASO, TSO, KSO en BSO), terwijl andere scholen enkel programma’s in het ASO aanbieden.

We analyseren de impact van de keuze voor een school die later enkel programma’s in ASO aanbiedt op de kans om tijdig een diploma te behalen. We controleren voor mogelijke zelfselectie van leerlingen en gebruiken afstand als een instrument voor schoolkeuze. Terwijl conventionele methodes een constant effect veronderstellen, wat impliceert dat een programma hetzelfde effect heeft voor alle leerlingen, laten wij toe dat schoolkeuze een verschillende impact heeft op verschillende leerlingen. We schatten hiervoor marginale treatment effecten, zoals in Heckman en Vytlacil (2005). We besluiten dat leerlingen beter presteren indien zij voor een school kiezen die programma’s in meerdere onderwijsvormen aanbiedt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat wanneer scholen programma’s in meerdere onderwijsvormen aanbieden, leerlingen meer geneigd zijn om te kiezen voor een programma dat het beste aansluit bij hun interesses. Leerlingen van lagere socio-economische afkomst ondervinden een extra nadeel van gespecialiseerde scholen.

 

Referenties:

Aakvik, A., Heckman, J. and Vytlacil, E. (2005), Estimating treatment effects for discrete outcomes when responses to treatment vary: an application to Norwegian vocational rehabilitation programs, Journal of Econometrics 125 (1-2), 15-51

Arcidiacono, P. (2004), Ability sorting and the returns to college major, Journal of Econometrics 121, 343-375

Arcidiacono, P. and Miller, R. (2011), Conditional choice probability estimation of dynamic discrete choice models with unobserved heterogeneity, Econometrica 79 (6), 1823-1867

Bordon, P. and Fu, C. (2015), College-major choice to college-then-major choice, The Review of Economic Studies, forthcoming

Brownstone, D. and Train, K. (1999), Forecating new product penetration with flexible substitution patterns, Journal of Econometrics 89, 109-129

Garibaldi, P., Giavazzi, F., Ichino, A. and Rettore, E. (2012), College cost and time to complete a degree: evidence from tuition discontinuities, Review of Economics and Statistics 94 (3), 699-711

Gunnes, T., Kirkeboen, L. and Ronning M. (2013), Financial incentives and study duration in higher education, Labour Economics 25, 1-11

Heckman, J. and Vytlacil, E. (2005), Structural equations, treatment effects, and econometric policy evaluation, Econometrica, 73 (3), 669--738

Kelchtermans, S. and Verboven, F. (2010), Participation and study decisions in a public system in higher education, Journal of Applied Econometrics 25, 355-391

OECD (2012), Education at a Glance: Highlights, OECD Publishing

Datum:1 okt 2011  →  30 sep 2016
Trefwoorden:Economics of education, higher education, Schooling decisions, Screening, Dynamic discrete choice
Disciplines:Toegepaste economie, Economische geschiedenis, Macro-economische en monetaire economie, Micro-economie, Toerisme
Project type:PhD project