< Terug naar vorige pagina

Project

Diversiteit in de Vlaamse nieuwsmedia: een longitudinale en mediavergelijkende kijk.

Dit proefschrift is opgezet binnen het beleidsinitiatief Steunpunt Media (2012-2016) onder toenmalig Vlaams minister van Media Ingrid Lieten. Het normatief uitgangspunt hierbij was dat voor een gezonde democratie het noodzakelijk is dat nieuwsinhouden divers zijn (Lieten, 2011; Napoli, 1999; Raeijmaeckers & Maeseele, 2015). Het doel van deze studie is nagaan wat diversiteit binnen de Vlaamse journalistiek nu precies betekent.

In navolging met het Europees Monitoringonderzoek (Media Pluralism Monitor-project) wordt nieuwsdiversiteit benaderd als een multidimensionaal concept vanuit drie perspectieven, namelijk een inhoudsperspectief, een journalistiek perspectief en een publieksperspectief.

In de literatuur wordt diversiteit traditioneel bekeken vanuit het inhoudsperspectief (o.a. Glasser, 1984; Hoffmann-Riem, 1987; Owen, 1977, 1978; McQuail & Van Cuilenburg, 1983). Dit geldt dan ook als uitgangspunt voor dit proefschrift. Gebaseerd op Hoffmann-Riem (1987) operationaliseren we inhoudsdiversiteit in vier dimensies (diversiteit aan actoren, opiniediversiteit, diversiteit aan onderwerpen en geografische diversiteit). Vervolgens koppelen we enerzijds terug naar het journalistieke perspectief en kijken we naar diversiteit door de suboptimale lens van de nieuwsmaker en anderzijds richten we ons naar het publieksperspectief door de suboptimale lens van het nieuwspubliek.

Om de mate van inhoudsdiversiteit te beoordelen stellen we twee theoretische ideaalnormen voorop: de reflectienorm en de openheidsnorm. De reflectienorm stelt de samenleving als referentiepunt voorop. In dit proefschrift werd dit geoperationaliseerd als de mate waarin demografische groepen proportioneel naar hun voorkomen in de samenleving ook deel uitmaken van de nieuwsinhouden. Dit is wat Napoli (1999) benoemde als demografische diversiteit. In een brede interpretatie staat reflectieve diversiteit voor de proportionele verdeling, dat wil zeggen naar het voorkomen ervan in de samenleving, binnen één van de vooropgestelde dimensies in de (nieuws)inhoud (naar o.a. Van Cuilenburg, 1998, 1999, 2016). Volgens de openheidsnorm komt elke categorie binnen een bepaalde dimensie evenveel voor in de (nieuws)inhoud (naar McQuail, 1992; Van Cuilenburg 1998, 1999, 2005, 2016).

Dit proefschrift bestaat uit vier empirische hoofdstukken waarin in elk hoofdstuk een ander perspectief van nieuwsdiversiteit centraal staat. In Hoofdstuk 2 en 3 is dit het inhoudsperspectief, in Hoofdstuk 4 het journalistieke perspectief en in Hoofdstuk 5 het publieksperspectief. In wat volgt geven we een opsomming van de belangrijkste conclusies uit elk van deze vier empirische hoofdstukken.

In Hoofdstuk 2 meten we op mediavergelijkende manier de vier dimensies (diversiteit aan actoren, opiniediversiteit, diversiteit aan onderwerpen en geografische diversiteit) van inhoudsdiversiteit. De studie bestaat uit een steekproef van twee weken uit 2012. Voor deze twee weken zijn negen Vlaamse nieuwsmerken opgenomen (Het Journaal (VRT), Het Nieuws (VTM), De Morgen, De Standaard, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, hln.be en hbvl.be), die drie types Vlaamse nieuwsmedia (televisienieuws, kranten en online nieuwssites) omvatten. Diversiteit aan actoren operationaliseren we als het voorkomen van personen naar gender en etniciteit. Opiniediversiteit verwijst in deze studie naar de diversiteit aan bronnen met vier kenmerken (gender, etniciteit, statuspositie en geografische afstand). Voor diversiteit aan onderwerpen hanteren we een vooropgestelde lijst van inhoudelijke categorieën (nationale politiek, justitie, criminaliteit, economie & handel, welzijn & migratie, leefmilieu, cultuur & entertainment, wetenschap, technologie & onderwijs, rampen, mobiliteit, oorlog & vrede, sport, en internationale & Europese politiek). Geografische diversiteit operationaliseren we als de indeling van nieuwsberichten op basis van vermelde landen in binnenlands, gemengd en buitenlands nieuws.

Vergelijkbaar met de genderverhouding wereldwijd (WACC, 2015) bleek, volgens de reflectienorm, geen enkel nieuwsmerk voldoende genderdivers wat actoren en bronnen betrof. Volgens de 80%-regel van die reflectienorm (dit geldt als 80% van de maximale reflectieve diversiteit in navolging met de geldende norm voor voldoende genderdiversiteit binnen de managementscontext, zie Ali, Kulik, & Metz, 2011) waren de twee televisienieuwsmerken Het Journaal (VRT) en Het Nieuws (VTM) wel voldoende divers. Er kwamen dan ook significant meer vrouwelijke nieuwsbronnen voor op televisie dan in kranten en online nieuwssites.

Etnische diversiteit aan actoren en bronnen was volgens de reflectienorm evenmin in één van de nieuwsmerken voldoende. Op hln.be werd de 80%-regel van de reflectienorm voor etnische diversiteit aan actoren wel gehaald. Etnisch-culturele minderheden kwamen in hln.be vooral voor in de traditionele rollen van politicus of crimineel in nieuwsverhalen over politiek en justitie. Dit is in overeenstemming met eerdere bevindingen (o.a. Devroe, 2007; Hussain, 2000; Ter Wal, d’Haenens, & Koeman, 2005). De VRT haalde meer etnisch-culturele minderheden aan als actor en als bron dan de commerciële nieuwsuitzending bij VTM, in tegenstelling tot de eerdere meting van Van den Bulck en Broos (2011).

De subdimensie statuspositie binnen de diversiteit aan bronnen bleek voor alle nieuwsmerken onvoldoende open divers. Vlaamse journalisten van alle onderzochte nieuwsmerken baseerden zich hoofdzakelijk op elitebronnen. Dit stemt overeen met de journalistieke praktijk om feiten te kaderen op basis van de professionele autoriteit van expertbronnen (Albæk, 2011). Verhoudingsgewijs zien we meer ‘vox populi’ op televisie dan in kranten en online nieuwssites.

De subdimensie geografische afstand van bronnen was algemeen wel voldoende open divers. Een niet onverwachte uitzondering hierop is Het Belang van Limburg dat met zijn regionale focus weinig bronnen in de buitenlandse context aanhaalde. De diversiteit aan onderwerpen en de geografische diversiteit waren algemeen voor alle types nieuwsmedia voldoende.

Concluderend bleek ten eerste dat er in de Vlaamse nieuwsmedia voldoende diversiteit was aan wat er werd verteld en waar nieuwsverhalen plaatsvonden. Er was echter onvoldoende diversiteit als er werd gekeken naar wie er in de nieuwsverhalen aan bod komt.

Een tweede opvallende vaststelling was dat de nieuwsmediatypes onderling weinig van elkaar verschilden. Op het niveau van de keuze van nieuwsverhalen stelden we voornamelijk gelijkenissen vast. Het lijkt er dus op dat dezelfde nieuwsverhalen onafhankelijk van het type nieuwsmedium via hetzelfde proces werden geselecteerd als nieuwswaardig en er sprake is van een medialogica (naar Ghersetti, 2014).

Tot slot was Het Journaal (VRT), volgens de gemiddelde waarde voor Simpson’s Dz (een eenduidige diversiteitsmaat voor de verdeling van proporties in verschillende categorieën) voor alle dimensies samen het meest open diverse nieuwsmerk uit de steekproef.

In Hoofdstuk 3 werd demografische gender- en etnische diversiteit longitudinaal onderzocht. De mate waarin vrouwen en etnisch-culturele minderheden voorkwamen als actoren in diverse onderwerpen en als bronnen in diverse statusposities werd onderzocht als onderdeel van inhoudsdiversiteit. In deze studie waren vier nieuwsmerken (Het Journaal (VRT), Het Nieuws (VTM), De Standaard en Het Laatste Nieuws) opgenomen voor drie nieuwsjaren (2003, 2008 en 2013).

Net zoals de resultaten uit Hoofdstuk 2 bracht geen enkel nieuwsmerk in één van de drie onderzochte jaren voldoende genderdiversiteit aan actoren en bronnen, gemeten volgens de reflectienorm. Volgens de 80%-regel van de reflectienorm was VTM wel voldoende genderdivers in 2008 en 2013 wat actoren en bronnen betreft, en VRT in 2008 wat actoren betreft. Doorheen de tijd nam bij VRT, bij VTM en Het Laatste Nieuws de genderdiversiteit wel toe. Kortom, wij konden geen duidelijke invloed van het expliciete diversiteitsbeleid van de VRT vaststellen voor genderdiversiteit. Het Journaal (VRT) was namelijk voor geen enkel nieuwsjaar het meest genderdiverse nieuwsmedium.

Etnische diversiteit was bijna voor elk van de drie nieuwsjaren – net zoals in 2012 – onvoldoende reflectief divers wat actoren en bronnen betreft voor de vier onderzochte nieuwsmerken. Uitzondering is de etnische diversiteit wat actoren betreft in 2003 in het VTM-nieuws. In dat jaar werden zelfs meer actoren met een etnisch-culturele minderheidsachtergrond getoond dan er in werkelijkheid zijn in de Belgische samenleving. Of dit wijst op een meer diverse verslaggeving is echter de vraag. Immers, de top-3 van meest voorkomende rollen van etnisch-culturele minderheden in het VTM-nieuws in 2003 bestond uit politicus (17%), verdachte (14%) en terrorist (14%) met als drie vaakst voorkomende contexten justitie (38%), welzijn & migratie (24%) en nationale politiek (17%). Dit is net – zoals bij hln.be in 2012 –  een eerder stereotyperende voorstelling van etnisch-culturele minderheden (zie ook illustraties hiervan in eerdere studies van Devroe, 2007; Hussain, 2000; Ter Wal et al., 2005).

Toonde VRT-nieuws dan meer etnische diversiteit dan de andere nieuwsmerken? In 2013 gaf VRT in haar journaal het vaakst het woord aan etnisch-culturele minderheden. Vooral bij ‘vox populi’ deden VRT-journalisten in 2013 extra moeite in vergelijking met hun collega’s van commerciële nieuwsmerken om etnisch-culturele minderheden in het nieuws te betrekken. Daardoor kwam de Simpson’s Dz waarde boven de reflectienorm uit.

Concluderend kan worden gesteld dat wat gender- en etnische diversiteit betreft de invloed van het expliciete diversiteitsbeleid van de VRT eerder beperkt was in de onderzochte periode (cf. De Swert & Hooghe, 2010; Van den Bulck & Broos, 2011). Er was wel een evolutie zichtbaar voor etnische diversiteit, waarbij de publieke omroep in 2013 het meest etnisch diverse nieuwsmerk was. Vooral bij ‘vox populi’ was het aandeel etnisch-culturele minderheden groot, wat wijst op een bewustzijn van diversiteit bij journalisten.

In Hoofdstuk 4 peilde naar de visie van Vlaamse krantenjournalisten over de mate waarin gender- en etnische diversiteit in de nieuwsverslaggeving wenselijk en mogelijk was. Dit gold als meting voor journalistieke diversiteit. Op basis van 16 diepte-interviews onderscheidden we vijf uiteenlopende argumentaties over diversiteit in de verslaggeving: (1) diverse representatie is onverenigbaar met het nieuwsproductieproces, (2) gelijkheid is de norm, (3) diverse representatie is een actief zoekproces, (4) de nieuwspraktijk kent geen diversiteit, en (5) de realiteit vertoont evenmin diversiteit. De eerste drie argumentaties gaan over de conceptuele relevantie van diversiteit, terwijl de laatste twee focussen op praktische obstakels om diversiteit in de nieuwsverslaggeving mogelijk te maken. De belangrijkste conclusie uit deze studie is dat Vlaamse journalisten, net zoals bijvoorbeeld hun Amerikaanse collega’s (Robinson & Culver, 2016), doorgaans weinig bewust bezig zijn met het brengen van vrouwen en etnisch-culturele minderheden in het nieuws. Journalisten gebruikten hun vaste contactenlijst van experten waarmee ze vertrouwd zijn bij de selectie van nieuwsbronnen, en die lijst bestaat hoofdzakelijk uit ‘blanke’ mannen.

Hoofdstuk 5 zoomde in op de publieksdiversiteit. In deze studie werd een koppeling gemaakt tussen de kijkcijfers (met de demografische kenmerken gender, leeftijd, opleidingsniveau en sociale groep) van Het Journaal (VRT) en Het Nieuws (VTM) met de inhoudsdiversiteit aan onderwerpen in de nieuwsuitzendingen. Deze koppeling werd gemaakt voor dezelfde drie nieuwsjaren (2003, 2008 en 2013) als in de studie in Hoofdstuk 3.

Een opvallende conclusie was dat, onafhankelijk van de demografische achtergrond, de Vlaming een nieuwsuitzending in haar geheel bekeek. Dit betekent dat Vlaamse televisienieuwskijkers vooral passieve kijkers (naar Van der Wurff, 2004) zijn die het geserveerde nieuwsmenu integraal tot zich nemen. Op basis van de kijkcijfergegevens was er voor het traditionele nieuwsmedium televisie slechts een gering gebrek aan afstemming tussen wat het publiek wilde (vraag) en wat de nieuwsmakers aanboden (aanbod) (naar Boczkwoski & Mitchelstein, 2013).

Er waren echter enkele uitzonderingsonderwerpen waarbij wel werd afgehaakt in 2003 en 2013. Dit was niet het geval in 2008. Het meest opvallende resultaat hieromtrent is dat er werd afgehaakt bij het federale verkiezingsnieuws in 2003 en dit op beide zenders. De gepercipieerde overdaad aan nationaal politiek nieuws op beide zenders vertaalde zich in afhaakgedrag. Dit was echter niet voor elke demografische groep het geval. Opvallend bijvoorbeeld was dat Vlaamse jongeren en jongvolwassen bij Het Journaal (20-24-jarigen) en Het Nieuws (15-19-jarigen en 25-34-jarigen) het politieke nieuws wel verhoudingsgewijs meer bleven volgen. Dit is vergelijkbaar met de interesse bij onder meer Britse jongeren voor politiek nieuws (Newman, Levy & Nielsen, 2015).

 

Uit deze studie over publieksdiversiteit zijn er algemeen twee voorwaarden om diversiteit in het televisienieuws te bereiken: er moeten voldoende Vlamingen televisienieuws consumeren én er moet voldoende inhoudsdiversiteit in de nieuwuitzendingen zijn. Het is zowel op Europees als Vlaams niveau vooral een uitdaging om de jongere leeftijdsgroepen te bereiken via televisienieuws (o.a. DigiMeter, 2016; Newman, Flechter, Levy, & Nielsen, 2016).

De belangrijkste aanbeveling uit deze studie is dat er behoefte is aan meer bewustzijn over diversiteit bij journalisten. We kunnen vier argumenten aangeven waarom professionele journalisten belang hebben om meer bewust met diversiteit bezig te zijn. Ten eerste is dit te verantwoorden vanuit het commerciële argument. Hoe diverser de nieuwsverslaggeving is, hoe meer kans dat een groter publiek er zich in herkent en dit zal consumeren (o.a. Costera Meijer, 2012; Reich & Godler, 2015). Ten tweede is diversiteit te verbinden met de professionele standaard van waarheidsgetrouw berichten. Dit staat dan ook ingeschreven als Artikel 1 is binnen de Vlaamse journalistieke code van de Raad voor de Journalistiek. Binnen de representatieve democratie is waarheidsgetrouwheid gedefinieerd als het afspiegelen van de werkelijkheid (Raeijmaekers & Maeseele, 2015), wat verband houdt met de reflectienorm van diversiteit. Ten derde, is diversiteit te linken met de professionele standaard om op een evenwichtige manier te berichten. Dit houdt in dat alle kanten van het verhaal, vanuit een meerder- of minderheidsperspectief, het woord moeten krijgen (o.a. Hackett, 1984; Skovsgaard, Albæk, Bro, & de Vreese, 2013). Of met andere woorden: iedereen, onafhankelijk van zijn of haar status, moet zijn of haar verhaal kunnen doen, wat verband houdt met de openheidsnorm van diversiteit. Ten vierde is er het argument van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit vereist van de journalist een geëngageerde houding, waarbij deze op zoek gaat naar oplossingen voor maatschappelijke problemen. In het kader van diversiteit houdt dit in dat journalisten streven naar sociale verandering door bewust en actief op zoek te gaan naar de stem van huidige ondervertegenwoordigde groepen zoals vrouwen en etnisch-culturele minderheden.

Datum:23 apr 2012  →  20 dec 2017
Trefwoorden:News diversity
Disciplines:Communicatie, Communicatietechnologie
Project type:PhD project