< Terug naar vorige pagina

Project

De impact van partner diversiteit en beschikbaarheid op de structuur van plant-bestuiver netwerken en de seksuele reproductie van planten

Co-evolutie theorie voorspelt dat mutualisten het aantal associaties beperken tot een klein aantal hoogwaardige partners opdat de interactie op lange termijn stabiel zou zijn. In de realiteit wordt echter vastgesteld dat de meeste mutualistische interacties bestaan uit een groot aantal partners die éénzelfde beloning voorzien. Eén van de best gekende voorbeelden van een mutualistische relatie is de interactie tussen planten en bestuivers. Planten die door een groot aantal insecten bestoven worden kunnen een fitness voordeel hebben ten opzichte van planten die slechts door een beperkt aantal insecten bestoven worden ten gevolge van een hele reeks van effecten (sampling, portfolio en complementariteitseffecten). Langs de andere kant kunnen generalistische planten ook nadelen ondervinden door met verschillende insecten te associëren, bijvoorbeeld wanneer pollen van andere planten depositie en groei van eigen pollen en dus bestuiving belemmert. Deze effecten kunnen bovendien afhankelijk zijn van het aantal partners dat in het habitat aanwezig is en van de identiteit van deze partners. Er is echter nog maar weinig geweten hoe partner diversiteit en beschikbaarheid de reproductie van planten beïnvloedt en hoe dit verschilt tussen plantensoorten. Het doel van deze studie is dan ook betere inzichten te verwerven in hoe partner diversiteit en beschikbaarheid de algemene structuur van het netwerk van interacties tussen planten en bestuivers beïnvloedt en hoe dit terugwerkt op de seksuele reproductie van planten.
Datum:1 okt 2019  →  Heden
Trefwoorden:Habitat fragmentatie, Insectendiversiteit, Plant-bestuiver interacties, Specialisatie
Disciplines:Plantenecologie, Gemeenschapsecologie