< Terug naar vorige pagina

Publicatie

De transformatie van het rechtsbegrip ouvrier: van de Code civil naar de eerste arbeidswetgeving (1804-1900)

Tijdschriftbijdrage - Tijdschriftartikel

In deze bijdrage wordt ingegaan op de draagwijdte van het rechtsbegrip
‘ouvrier’ in de 19e eeuw. In die tijd kwam in de rechtsleer het soms
moeilijke onderscheid tussen stukwerkers, fabrieksarbeiders, geschoolde
arbeiders, ambachtslieden, huisarbeiders en dienstboden nog vaak aan
bod. De wijzigende economische realiteit dwong de juristen echter op zoek
te gaan naar een nieuwe omschrijving van het begrip ‘arbeider’.
De wetgever vond het bij de wet van 10 maart 1900 noodzakelijk de
arbeidsovereenkomst voor arbeiders te definiëren aan de hand van de
begrippen ‘gezag, leiding en toezicht’. De erkenning in de wet van de
ondergeschikte positie van de arbeider was een noodzakelijke voorwaarde
om de werkgever inzake arbeidsomstandigheden een bepaalde
verantwoordelijkheid te geven. Maar enkel de werkgeversverplichtingen
inzake arbeidsongevallen, en ruimer de contractuele aansprakelijkheid,
vinden (volgens de theorie van Charles Sainctelette) hun rechtstreekse
grondslag in een gezagsverhouding tussen beide partijen.
Tijdschrift: Brood and Rozen: Tidschrift voor de Geschiedenis van Sociale Bewegingen
ISSN: 1370-7477
Issue: 1
Volume: 2009
Pagina's: 43-57
Jaar van publicatie:2009
Trefwoorden:rechtsgeschiedenis