< Terug naar vorige pagina

Publicatie

Artikel 22 Grondwet en het onderscheid tussen privacyrecht en gegevensbeschermingsrecht
Een formele wet is niet altijd nodig wanneer de overheid persoonsgegevens verwerkt, maar toch vaak

Tijdschriftbijdrage - Tijdschriftartikel

Artikel 22 van de Grondwet beschermt het prive ?leven en creëert een zogenaamde voorbehouden bevoegdheid ten voordele van de formele wetgever: elke regeling die verband houdt met de bescherming van het prive ? leven moet, in beginsel, het voorwerp uitmaken van een formele wet.
Traditioneel wordt in Belgie ? aangenomen dat het verwerken van persoonsgegevens raakt aan het privacygrondrecht en bijgevolg valt onder artikel 22 van de Grondwet. Het gevolg van deze zienswijze is dat elke verwerking van persoonsgegevens door een formele wet moet worden voorzien.
Dit leidt evenwel tot meerdere problemen. Vooreerst heeft een strikte toepassing van dit standpunt tot gevolg dat heel wat verwerkingen binnen de overheid, bij gebrek aan een formele wet die ze instelt, niet grondwettelijk dreigen te zijn. Bovendien draagt deze benadering het risico in zich dat het recht op gegevensbescherming aldus wordt herleid tot een onderdeel van het recht op bescherming van het privé leven, wat rechtsbeschermende risico's creëert (de vaststelling dat een verwerking geen verband houdt met het privéleven, is voldoende om geen enkele bescherming meer te voorzien). In die mate menen wij dat een andere benadering zich opdringt. Daarbij kan inspiratie gezocht worden bij het onderscheid tussen het (grond)recht op bescherming van het prive ?leven en het (grond)recht op gegevensbescherming dat zich steeds meer aftekent. In deze bijdrage willen we aangeven wat de gevolgen van dit onderscheid zijn voor de wetgever en overheden die gegevens willen verwerken.
Tijdschrift: Chroniques de Droit Public
ISSN: 1379-0323
Issue: 4
Volume: 17
Pagina's: 358-373
Trefwoorden:data protection law
  • ORCID: /0000-0003-4084-6898/work/61424334
  • VABB Id: c:vabb:376975