< Terug naar vorige pagina

Project

Vermijden van een lokaal natuurlijk zoogdierreservoir van SARS‐CoV‐2 in België.

Het SARS‐CoV‐2 heeft zijn oorsprong in een Aziatische vleermuissoort maar het is ondertussen duidelijkdat het naast mensen ook verschillende niet‐verwante zoogdiersoorten kan besmetten. Gezien decirculatie van het virus onder mensen bestaat de kans dat zij het overdragen op wilde soorten; mochtdat gebeuren, dan kan er een nieuw reservoir ontstaan dat uiterst moeilijk te controleren zal zijn. Ditmoet vermeden worden maar het is nog niet duidelijk welke in de natuur voorkomende soorten inBelgië ontvankelijk zijn voor het virus.Het binnendringen van het virus in een gastheercel gebeurt door een binding aan het ACE2 proteïne,en wordt verder gefaciliteerd door de furine en TMPRSS2 proteases van de gastheer; deze eiwittenkomen bij alle soorten voor maar hun sequenties (en bijgevolg de structurele kenmerken die vereistzijn voor interactie met het virus) kunnen verschillen en dat bepaalt of de gastheer gevoelig is voorinfectie. Om na te gaan welke soorten mogelijk besmet kunnen worden, zullen wij de sequenties vande betrokken genen van de verschillende Belgische zoogdiersoorten bepalen, in samenwerking met deeiwitspecialisten van het department Farmacie de mogelijke structurele en functionele implicaties vanvariaties in aminozuursequenties in kaart brengen en aan de hand daarvan evalueren welke inheemsezoogdieren mogelijk een reservoir kunnen worden. Op basis daarvan kunnen dan specifiekemaatregelen worden uitgewerkt om het ontstaan van dergelijk reservoir te vermijden.
Datum:1 jun 2020  →  Heden
Trefwoorden:COVID-19, RECEPTORPROTEÏNEN, ZOOGDIEREN
Disciplines:Evolutionaire biologie niet elders geclassificeerd, Infectieziekten