< Terug naar vorige pagina

Project

Van boek naar book. Vlaanderen in het transnationale literaire veld

‘Van boek naar book’ hanteert een vertaalsociologische benadering om een antwoord te bieden op de onderzoeksvraag: 'Hoe gaan boeken uit Vlaanderen over de grenzen heen?’. Met een nadruk op literaire productie, onderzoekt het project de actoren (vertalers, redacteurs, distributeurs, critici, medewerkers van nationale literatuurfonds, rechtenbeheerders, literaire agenten, academici, enz.), instellingen (bron- en doeluitgevers, nationale literatuurfondsen, non-profitorganisaties, literaire prijzen, enz.) en plaatsen (internationale boekenbeurzen, festivals) die betrokken zijn bij het tot-stand-komen, de promotie en de internationale verspreiding van vertaalde boeken uit Vlaanderen.

Een centraal theoretisch en empirisch vraagstuk van het project betreft de relatie tussen overheids- en marktagenten op de wereldmarkt voor boekvertalingen. Deze relatie is drastisch veranderd als gevolg van processen van globalisering en conglomeratie. Waar de circulatie van vertaalde literatuur voor de jaren 80 gedomineerd werd door overheidsorganisaties, spelen vandaag de dag uitgevers een dominante rol. De huidige staatsagenten hebben hun beleid dienovereenkomstig aangepast. Het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) kan als een goed voorbeeld worden beschouwd: zijn subsidieverstrekkers lopen een fijne lijn tussen matchmaking en dealmaking en tonen een zeer professionele intermediaire rol waarbij reageren op de smaak en stijl van individuele buitenlandse uitgevers gepaard gaat met het cultiveren van directe interpersoonlijke banden. Het is duidelijk dat het VFL zijn uitgaande vertaalbeleid richt op en afstemt op buitenlandse uitgevers, en verkiest uitgevers als het beoogde instrument van circulatie (na een grondige controle voor kwaliteits- en kapitaalpotentieel). Door 'Vlaanderen' (i.e. het VFL in zijn door de staat gesanctioneerde rol als transnationale bemiddelaar) als een casus te nemen, wil het project bijdragen aan de lopende discussies over hoe literaire werken uit kleinere Europese literaturen de nationale grenzen overschrijden, hoe staatsagenten handelen in een geglobaliseerde boekenmarkt die wordt gekenmerkt door toenemende economische beperkingen, en de wijze waarop vertaling in het Engels het latere productie- en ontvangsttraject van een werk beïnvloedt, zowel in termen van nieuwe vertalingen in derde talen als feedbackeffecten in de thuismarkt.

Het project maakt gebruik van drie onderling verbonden niveaus van analyse: het globale niveau, het nationale niveau en het individuele titel-niveau. Dit specifieke analytisch kader werd gekozen om twee belangrijke redenen. Ten eerste weerspiegelt het hoe het onderzoek vorderde. Uitgaande van een brede onderzoeksvraag: 'Hoe gaan boeken uit Vlaanderen over de grenzen heen?', begon ik met het compileren en analyseren van een dataset met bibliografische informatie over vertalingen uit het Nederlands. Het doel hiermee was om het relatieve aandeel van Vlaamse auteurs en uitgevers in de uitgaande vertaalstromen uit het Nederlands te kwantificeren en te analyseren om de kwestie van intralinguale machtsrelaties binnen het Nederlands en de mate waarin deze in vertaalstromen uit het Nederlands tot uiting kwamen, te onderzoeken. Om een antwoord op die vraag mogelijk te maken, analyseerde ik de bibliografische gegevens voor 11.121 boekvertalingen uit het Nederlands gepubliceerd tussen 1998 en 2018. De gegevens die de basis vormden voor deze analyse waren afkomstig van de vrij beschikbare vertaaldatabase van het Nederlands Letterenfonds (NLF) in samenwerking met het VFL, die dan werden aangevuld met originele metadata over onder andere de nationaliteit van de auteur en de nationaliteit van de bronuitgever. Vervolgens ben ik overgegaan tot een diepgaand onderzoek van een overheidsinstelling en een evenet in de dataset die cruciaal bleken te zijn voor de verspreiding van literatuur uit Vlaanderen in de onderzoeksperiode: het VFL en het gastlandschap van Vlaanderen en Nederland op de Frankfurter Buchmesse in 2016. In een derde, verwante onderzoekslijn, probeerde ik de internationale carrière te reconstrueren van één vertaald boek uit Vlaanderen. Hier probeerde ik te achterhalen hoe de vele verschillende mensen en instellingen die aan het boek verbonden zijn, inclusief het VFL, maar ook vele anderen, samenwerkten om het internationaal te doen circuleren. Het gekozen boek was Oorlog en terpentijn (De Bezige Bij, 2013) van Stefan Hertmans, die tot nu toe zijn weg heeft gevonden naar 30 talen.

Deze analytische aanpak—van globaal naar nationaal naar singulier—heeft een tweede, heuristisch voordeel: inzichten die op mondiaal en nationaal niveau werden verzameld, konden vervolgens worden gebruikt om te begrijpen hoe één individuele titel van een Vlaamse auteur de kansen versloeg en breed werd vertaald. Op alle niveaus blijft Nederland en zijn intermediaire instellingen (met name het NLF en zijn voorgangers) en actoren (met name uitgevers in Amsterdam) essentiële relationele tegenpunten: op mondiaal niveau als bron van het grotere aandeel vertalingen uit het Nederlands; op nationaal niveau als partner en als voorbeeld voor het VFL; op het individuele titel-niveau als belangrijkste overgangsagenten van Oorlog en terpentijn, vooral in de persoon van Marijke Nagtegaal, manager voor buitenlandse rechten bij De Bezige Bij.

Datum:1 mrt 2015  →  14 jun 2019
Trefwoorden:vertaalwetenschap, Vlaams Fonds voor de Letteren, sociology of translation, cultural policy
Disciplines:Theorie en methodologie van de literatuurwetenschappen
Project type:PhD project