< Terug naar vorige pagina

Project

Solidariteit en religie in een moderniserende en post-seculiere context: een historische, politiek-filosofische en sociologische analyse.

Ons project vertrekt van de vaststelling, dat wie vandaag uit de boot valt door toenemende globalisering en terugschrijdende welvaartstaten, steeds vaker terugvalt op de solidariteit van geloofsgebonden organisaties. Geloofsgebonden solidariteit blijkt echter vaak haaks te staan op ons huidige intellectuele klimaat, omdat sociale wetenschappers vasthangen aan klassieke ideeën rond solidariteit, waarin solidariteit ontstaat uit specifieke sociale structuren, eerder dan uit persoonlijke motivaties ingegeven door een geloof in God en/of diens woord. Dat is jammer, want deze geloofsgebonden vormen van solidariteit zouden misschien kunnen leiden tot minder berekende en meer belangeloze vormen van solidariteit. Ons onderzoek gaat na of religieuze motivaties en geloofsgebonden solidariteit een antwoord kunnen bieden op de hedendaagse uitdagingen voor solidariteitsmechanismen. RQ1 behelst de vraag of geloofsgebonden visies op en praktijken van solidariteit het toelaten om solidariteit te denken voorbij de logica van de natiestaat. Meer bepaald onderzoeken we hoe religieuze denkbeelden de gemeenschap van 'gevers' en 'ontvangers' vormen. Om een essentialistische kijk op religie te vermijden, focussen we tegelijk ook op de wisselwerking tussen een geloofsgebonden motivatie enerzijds en de seculiere, moderne of moderniserende context anderzijds. RQ2 omvat daarom ook de vraag hoe het profiel van de 'ontvanger' interageert met 'moderne' begrippen zoals 'natuurlijke rechten' (of mensenrechten) en 'universele gelijkheid'. Concreet valt het onderzoek uiteen in twee deelprojecten waarbij geloofsgebonden solidariteit empirisch getoetst wordt aan twee verschillende, historische contexten. Samen geven die subprojecten een op vergelijking gebaseerd antwoord op de vraag in welke context en onder welke voorwaarden (1) nabijheid een rol speelt en/of solidariteitsnetwerken de grenzen van stad en staat overstijgen en (2) een gevoel van dankbaarheid, afhankelijkheid en paternalisme aanwezig is, dan wel eerder emancipatie en zelfredzaamheid van het individu. Methodologisch vertrekt het project vanuit de vaststelling dat sociale wetenschappers niet als neutrale en objectieve waarnemers mogen beschouwd worden. Om te beginnen krijgt de analyse noodzakelijkerwijs ook een normatieve (politiek-filosofische) dimensie, waarbij specifieke vormen van solidariteit afgetoetst worden aan bredere politieke standaarden zoals democratie, mensenrechten en rechtvaardigheid. Het eindresultaat beoogt conceptueel en epistemologisch te zijn. Met het oog daarop herdenkt een derde deelproject solidariteit als concept, door de empirische resultaten uit de andere twee deelprojecten te bekijken door een nieuwe, interdisciplinaire bril. Daarmee creëert het project als geheel een hermeneutische 'dialoog' tussen sociale wetenschappers en hun onderzoeksobject – namelijk de visie en praktijken van de (historische) actoren.
Datum:1 jan 2019  →  Heden
Trefwoorden:SOLIDARITEIT, SOCIOLOGIE, RELIGIE
Disciplines:Moderne en hedendaagse geschiedenis