< Terug naar vorige pagina

Project

Sociolinguïstische gatekeeping met indexale variatie: een kwantitatief-kwalitatief onderzoek naar de indexicale waarde van de Belgische standaardtaal-tussentaalvariatie in taal gericht aan ouderen in Vlaamse woon-zorgcentra

In Westerse maatschappijen worden ouderen (>65 jaar) gradueel een grotere demografische groep (OECD Data, 2016). Toch is er onder de oudere generaties terzelfdertijd vaak de klacht te horen  dat men hen doorgaans niet meer respecteert. Die klacht wordt onderstreept door een linguïstisch fenomeen dat wordt bestudeerd in de Sociolinguïstiek en dat ‘elderspeak’ (Kemper, 1994) wordt genoemd. Elderspeak duidt op een groep linguïstische kenmerken die gebruikt wordt door jongere volwassenen in de omgang met oudere volwassenen. Zulke kenmerken behelzen ‘bemoederend’ (‘overbearing’) en ‘overdreven directief en disciplinair taalgebruik’, maar ook zo duidelijk en eenvoudig mogelijke spraakproductie (Coupland et al. 1988). De reden waarom sprekers hiervan gebruikmaken ligt bij hun (onbewuste) perceptie van de oudere volwassene, vaak onder invloed van stereotypering (cf. ‘stigma’, Goffman, 1963). Die leeftijdsdiscriminatieve stereotypen (Coupland, 2009) vinden hun oorsprong in de aanname dat de oudere volwassene lijdt aan verminderde vaardigheden door het ouder worden. Zulke verminderde vaardigheden kunnen te maken hebben met bijvoorbeeld het gehoor en de cognitie, maar ook spraakgebreken of fysieke beperkingen. De jongere volwassene accommodeert bijgevolg zulke vermeende verminderde vaardigheden. Die vorm van accommodatie wordt ‘overaccommodatie’ genoemd (als een van de types van ‘non-accommodatie’, Giles & Gasiorek, 2013). Een gevolg van het gebruik van elderspeak is dat de jongere volwassene ‘de relatie kan beheersen en het oudere individu kan aansporen afhankelijk te worden van [het jongere individu]’ (Coupland et al., 1988). In die zin is het gebruik van elderspeak niet onverwant aan kwesties van macht en ideologie (Verschueren, 1999). Door elderspeak te gebruiken in interactie met oudere volwassenen participeert de spreker aan een vorm van identiteitsreductie, waarbij de oudere volwassene niet erkend wordt als een complex wezen met vele facetten, maar als een deel van een ongecompliceerde groep mensen wordt geïdentificeerd op basis van vermeende verminderde vaardigheden. De jongere volwassene bedeelt de oudere volwassene zo een outgroup-categorie toe, waarbij de oudere volwassene gemarkeerd wordt als geen lid van de ingroup. Accommodatie als een identiteitsreductiemechanisme is op die manier een vorm van gatekeeping (zoals gebruikt in Tranekjær, 2015), waarmee de eigen categorie gevrijwaard wordt via de uitsluiting van zij die als lid van een outgroup beschouwd worden.

In de specifieke linguïstische omgeving van Nederlandstalig België (nl. de regio Vlaanderen) is het mogelijk dat die gatekeeping-processen onder andere geïndexicaliseerd worden in linguïstische variatie tussen Belgisch Standaardnederlandse en Tussentalige varianten. Vanwege historische ontwikkelingen kon Vlaanderen slechts in de 20ste eeuw inhaken op de Europese standaardiseringsgolf van de 17de eeuw. Toen had de andere Nederlandstalige Europese regio, Nederland, al een Nederlandse standaardtaal en Belgische taalideologen opteerden ervoor om die Nederlandse standaard in België in te voeren. In de daaropvolgende stimulans tot standaardisering in Nederlandstalig België namen de Vlamingen die exogene standaard slechts gedeeltelijk over en dat had de supraregionale variëteit van de Tussentaal tot onbedoeld gevolg. Vandaag nog is het resultaat van die grootschalige taalingreep merkbaar in het diaglossische continuüm (Auer, 2005) waarin de huidige Belgische Standaardnederlandse en Tussentalige variëteiten zich tot elkaar verhouden. Door de diaglosse omgeving zijn sprekers van Tussentaal in staat om afhankelijk van contextuele omstandigheden kenmerken te gebruiken die geassocieerd worden met beide variëteiten. Ook in interactie met oudere volwassenen kan worden verondersteld dat ingrouping/outgrouping wordt uitgevoerd via aanwending van dat variationele aspect, waarbij de keuze voor de Standaardvariant in plaats van de Tussentalige variant een vermeende asymmetrische relatie indexicaliseert met betrekking tot de vaardigheden van de jongere en de oudere volwassene.

Het project benut een gecombineerde toepassing van kwalitatieve (micro-) en kwantitatieve (macro)benaderingen (cf. Van De Mieroop, Zenner & Marzo, 2016; ‘Variational Pragmatics’, Schneider & Barron, 2008). Kwalitatief zal Membership Categorization Analysis worden toegepast (Schegloff, 2007; Stokoe, 2012) om het ingroup/outgroup-werk uitgevoerd door de zorgverleners te onderzoeken. Kwantitatief zal variatie tussen Belgisch Standaardnederlands en Tussentaal worden geanalyseerd om de indexicaliteit van de vermeende asymmetrie te onderzoeken, die het categoriseringswerk uitgevoerd door de jongere volwassenen onderstreept. Statistische methoden (vb. logistische regressie-analyse, cf. Speelman, 2014) zullen worden toegepast om  de significantie van de variatie in deze context te onderzoeken. Data zullen worden verzameld in minstens 4 woon-zorgcentra in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant. Daartoe zullen interacties met bewoners tijdens de rondes van de zorgverleners en in een gemeenschappelijk ruimte worden opgenomen, om te komen tot minstens 25 uren data. Op het theoretische vlak zullen de bevindingen bijdragen aan onderzoek naar de implicaties van het ontstaan van de jonge Tussentalige variëteit, en zullen ze daarnaast ook bijdragen aan onze sociolinguïstische kennis over hoe vermeende ‘incapabele’ volwassenen worden behandeld. Op het methodologische vlak zal dit project vernieuwend zijn door het samenvoegen van – de momenteel vaak gesegregeerde – kwantitatieve en kwalitatieve benaderingen.

 

Verwijzingen

Auer, P. (2005). Europe’s sociolinguistic unity, or: A typology of European dialect/standard constellations. In N. Delbecque, J. van der Auwera & D. Geeraerts (Eds.), Perspectives on variation: sociolinguistic, historical, comparative (pp. 7–42). Berlin: Mouton de Gruyter.

Coupland, J. (2009). Time, the body and the reversibility of ageing: commodifying the decade. Ageing and Society, 29, 953–976.

Coupland, N., Coupland, J., Giles, H., & Henwood, K. (1988). Accommodating the Elderly: Invoking and Extending a Theory. Language in Society, 17(1), 1–41.

Giles, H., & Gasiorek, J. (2013). Parameters of non-accommodation: Refining and elaborating communication accommodation theory. In J. Forgas, O. Vincze & J. László (Eds.), Social cognition and communication (pp. 155–172). New York: Psychology Press.

Goffman, E. (1963). Stigma. London: Penguin.

Kemper, S. (1994). Elderspeak: Speech accommodations to older adults. Aging, Neuropsychology, and Cognition, 1(1), 17–28.

OECD. (2016). Elderly population (indicator). The Organisation for Economic Co-operation and Development (Data). doi: 10.1787/8d805ea1-en. Retrieved from: https://data.oecd.org/pop/elderly-population.htm#indicator-chart.

Schegloff, E. (2007). A tutorial on membership categorization. Journal of Pragmatics, 39, 462–482.

Schneider, K. P., & Barron, A. (2008). Variational pragmatics: A focus on regional varieties in pluricentric languages. Amsterdam: John Benjamins.

Speelman, D. (2014). Logistic regression. A confirmatory technique for comparisons in corpus linguistics. In D. Glynn & J. A. Robinson (Eds.), Corpus Methods for Semantics: Quantitative studies in polysemy and synonymy (pp. 487–533). Amsterdam: John Benjamins.

Stokoe, E. (2012). Moving forward with membership categorization analysis: Methods for systematic analysis. Discourse Studies, 14(3), 277–303.

Tranekjaer, L. (2015). Interactional Categorization and Gatekeeping: Institutional Encounters with Otherness. Bristol: Multilingual Matters.

Van De Mieroop, D., Zenner, E., & Marzo, S. (2016). Standard and Colloquial Belgian Dutch pronouns of address: A variationist-interactional study of child-directed speech in dinner table interactions. Folia Linguistica: Acta Societatis Linguisticae Europaea,50(1), 31–64.

Verschueren, J. (Ed.). (1999). Language and Ideology. Antwerp: International Pragmatics Association.

Datum:1 okt 2016  →  11 dec 2017
Trefwoorden:Membership Categorization Analysis, Standard Belgian Dutch / Colloquial Belgian Dutch, Belgisch Standaardnederlands / Tussentaal, variation, elderspeak, ingroup/outgroup, overaccommodation, gatekeeping, indexicality, qualitative-quantitative research, Variationist Sociolinguistics
Disciplines:Theorie en methodologie van de literatuurwetenschappen
Project type:PhD project