< Terug naar vorige pagina

Project

Nieuwe ideeën, nieuwe identiteiten? De constitutionele grondslagen en de ontwikkeling van het politiek misdrijf in België (1831-2010).

Hoewel de Belgische Grondwet van 1831 bepaalt dat politieke misdrijven door een volksjury beoordeeld moeten worden, zijn er geen naoorlogse voorbeelden te vinden van dergelijke processen. Dit project wil daarom de historische achtergronden achterhalen en de ontwikkeling van het moderne politieke misdrijf beschrijven. Aan de ene kant lijkt het politiek misdrijf een sleutelelement van het postnapoleontische Restauratiedenken, wat erop kan wijzen dat het meer was dan een gerechtelijke exponent van de volkssoevereiniteit. Een onderzoek van de pers op het einde van de jaren 1820 en van de intellectuele invloeden van de leiders van de Zuidelijke oppositie, kan een beter inzicht bieen in de specifieke opvatting van het politiek misdrijf als hoeksteen van het toenmalige institutionele denken. Aan de andere kant een analyse van de (on)gepubliceerde rechtspraak in deze materie aangeven hoe deze opvatting gewijzigd is. Het is niet ondenkbaar dat eventuele verschuivingen wezenlijk verbonden zijn met de evolutie van de instellingen en hun werking, en dus een ook een verschuiving in politieke identiteit weergeven. De resultaten van dit onderzoek kunnen dan zelfs bijdragen tot hedendaagse discussies, zoals de debatten over de rol van de juryrechtspraak vandaag, over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, over racismebestrijding en de aanpak van terrorisme.
Datum:1 okt 2010  →  30 sep 2013
Trefwoorden:Freedom of speech, Parliamentary democracy, Political offence, Modern constitutionalism, Jury trial
Disciplines:Metarecht, Rechten