< Terug naar vorige pagina

Project

Hormoonontregelende chemische stoffen in afvalwater van ziekenhuizen in het Brussels Gewest en de impact ervan op de bacteriële biodiversiteit. (BRGEOZ244)

Tegenwoordig is er internationale bezorgdheid over de effecten van natuurlijke en synthetische chemicaliën op de gezondheid van mensen en dieren in het wild, omdat deze opkomende verontreinigende stoffen in staat zijn om het hormonale systeem te verstoren en te beïnvloeden. Deze zogenaamde endocrien verstorende chemicaliën (EDC's) zijn van bijzonder belang voor aquatische ecosystemen, omdat deze verbindingen aanwezig zijn in bijna alle afvalwater en gezuiverde afvalwatereffluenten en in rivieren die deze effluenten, grondwatervoorraden, zeewater, sediment en biota ontvangen, en kan mogelijk van groot belang zijn voor stedelijke riviersystemen zoals de rivier de Zenne (Harris et al., 2011; Hotchkiss et al., 2008; Pojana, Gomiero, Jonkers, & Marcomini, 2007; Sumpter & Johnson, 2005; Sun, Deng , Huang, Shen, & Yu, 2008). De milieu- en specifieke gezondheidsrisico's, evenals het werkingsmechanisme van EDC's zijn op dit moment slecht bekend (Nationaal instituut voor Environmental Health Science, 2010) en EDC's die in het milieu worden geloosd, kunnen, door hun effecten op het endocriene systeem, verstoring veroorzaken van normale fysiologische functies van blootgestelde organismen (S. Jobling & Sumpter, 1993; Susan Jobling, Reynolds, White, Parker & Sumpter, 1995; Sumpter & Jobling, 1995) en handelen op ecologische en bacteriële biodiversiteit (Langford, Scrimshaw, & Lester, 2007) in stroomgebieden. Het optreden en de concentratie van Xeno-EDC's is een marker / indicator van menselijke impact en antropogene belasting op de waterkwaliteit, zoals aangegeven door regelgevende instanties (Kavlock et al., 1996; US EPA, 2013), evenals als een belangrijke bijdrager aan ecologische diversiteit (Garcia-Armisen et al., 2011). Aangezien de kwaliteit van het oppervlaktewater rechtstreeks wordt beïnvloed door rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), moeten inspanningen worden gedaan om de organische verontreinigende belasting in RWZI-influentstoffen, effluenten en stroomafwaarts gelegen wateren te bepalen. In dit opzicht geeft de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (Richtlijn 91/271 / EG van de Europese Commissie, 1991) aan dat alle EU-afvalwater op de juiste wijze moet worden verzameld en onderworpen aan secundaire zuivering (biologisch, met secundaire zuivering) alvorens te worden geloosd in de milieu. Daarnaast heeft de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) (Richtlijn 2000/60 / EG van de Europese Commissie, 2000, 2008), waarvan het hoofddoel is om tegen 2015 een goede ecologische en chemische status voor alle Europese waterlichamen te verkrijgen, ook een prioriteit vastgesteld lijst van 33 nieuwe en 8 eerder gereguleerde chemische verontreinigende stoffen met een significant risico voor of via het aquatisch milieu (EC, 2008). De KRW wordt ondersteund door andere EU-wetgeving, zoals de REACH-verordening inzake chemische stoffen en de richtlijn voor geïntegreerde bestrijding van verontreiniging en preventie (IPPC) voor industriële installaties. Wat de prioritaire stoffen betreft, zijn er in 2008 milieukwaliteitsnormen vastgesteld en deze moeten door alle EU-lidstaten worden gemonitord. Verschillende van deze stoffen zijn endocriene verstorende chemicaliën zoals de penta-bromodiphenylether (PBDE), octylfenol (OP), nonylfenol (NP) en de di (2-ethylhexyl) ftalaat (DEHP) en zijn als gevaarlijke prioritaire stoffen (EC , 2008). Wegens de KRW werd het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ordonnantie van 20.10.2006) gedwongen om een ​​waterbeheerplan (WMP) op te stellen voor het stroomgebied van de Zenne (Brussels Hoofdstedelijke Gewest, 2009). Er bestaat een aanzienlijk risico dat de kwaliteitsdoelstellingen van de KRW niet tegen 2015 zullen worden bereikt (Bunzel, Kattwinkel, & Liess, 2012) en dat specifieke metingen nodig zijn. Sinds 2001, en in 2006 aangepast om te voldoen aan de eisen van de KRW, meten meetstations de kwaliteit van het oppervlaktewater aan de inlaat en de uitlaat van het Brussels Gewest. Dit meetnet (BIM / IBGE, 2009) volgt de fysisch-chemische parameters op samen met honderden gevaarlijke verontreinigingen zoals sporenmetalen en persistente aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (lijst van deze verbindingen wordt bepaald door KB08 / 04/2011). Uit deze monitoring is geconcludeerd dat de biologische en fysisch-chemische kwaliteit van de Zenne vrij slecht is (BIM / BIM, 2009; Leefmilieu Brussel, 2012). De Zenne zelf is een kleine rivier die het afvalwater van meer dan 1 miljoen mensen en verschillende industrieën vervoert. Al stroomopwaarts vindt contaminatie plaats wanneer deze door het Vlaamse en Waalse Gewest stroomt. Toch is de waterkwaliteit al aanzienlijk verbeterd bij het verlaten van het Brussels Gewest (GESZ, 2011). Dit komt met name door de inbedrijfstelling van de RWZI Zuid in 2000 en de RWZI Noord in 2007 (tertiaire behandeling van afval) van Brussel. Deze RWZI's waren echter niet ontworpen om alle verontreinigende stoffen te behandelen en kunnen de Zenne, de ecologische toestand en de bewoners ervan niet beschermen tegen incidentele contaminatie (zoals puntafscheiding, regengebeurtenissen ...). Dit geldt met name voor het RWZI-Zuid, dat geen tertiaire behandeling heeft om de lading van microverontreiniging in het Zenne-ecosysteem te verminderen. Bovendien, met name met betrekking tot EDC's, wordt een grote instroom geboden door ziekenhuizen die vas afgeven
Datum:1 feb 2014  →  28 feb 2017
Trefwoorden:Chemistry
Disciplines:Anorganische chemie