< Terug naar vorige pagina

Project

Het uitgavengedrag van politieke partijen. De uitgaven van de partijen in negen Europese democratieën

Geld vormt een van de meest waardevolle middelen voor politieke partijen, aangezien het hen in staat stelt om een veelheid aan andere middelen te kopen, waaronder personeel, bureauruimte en promotiemateriaal, en bijgevolg om het beheer en de activiteiten van de partij te bekostigen. Gegeven de belangrijke rol van geld in de politiek heeft deze kwestie al veel aandacht gekregen in de academische literatuur. Onderzoek naar partijfinanciering is in de voorbije decennia tot volle ontplooiing gekomen en bestudeert onder meer de wettelijke aspecten van partijfinanciering, het belang en de impact van verschillende inkomstenbronnen, de rol van campagnefinanciering en het risico op corruptie.

Er is evenwel een blinde vlek in de literatuur rond partijfinanciering, namelijk de totale uitgaven van partijen. We weten amper in welke mate of hoe partijen hun financiële middelen uitgeven. Hoeveel geld spenderen partijen jaarlijks? Waaraan besteden ze deze middelen? Geven ze prioriteit aan het onderhoud van de partijinfrastructuur of eerder aan communicatie met de kiezer? Het is uiterst relevant om deze aspecten van partijfinanciering te bestuderen: aangezien partijen niet geneigd zijn om vrijwillig informatie te delen over hoe ze functioneren, is het vaak moeilijk om hun interne organisatie te analyseren. Door de uitgaven van een partij te onderzoeken kunnen we echter inzicht krijgen in haar organisatorische structuur en prioriteiten. Op basis van officiële data uit de jaarlijkse boekhoudingen van partijen bestuderen we diepgaand vier variabelen inzake uitgaven: (1) het uitgavenniveau van partijen, (2) hun personeelsuitgaven, (3) hun uitgaven voor organisatie versus voor communicatie, en (4) hun winst- en verliescijfers.

Aangezien de beschikbaarheid van financiële data, en bijgevolg van partijboekhoudingen, een essentiële voorwaarde is voor dit onderzoek, onderzoeken we in hoofdstuk 1 eerst het regelgevend kader inzake partijboekhoudingen. Vijf indicatoren worden geanalyseerd: (1) de verplichting voor de partijen om hun boekhouding in te dienen, (2) de beschikbaarheid van een gestandaardiseerd formulier, (3) de verplichting om de boekhoudingen publiek te maken, (4) de onafhankelijkheid van de auditeur en (5) de onafhankelijkheid van het controleorgaan. We bestuderen meer bepaald de impact van de Derde Evaluatieronde van de Group of States against Corruption (GRECO) op deze elementen in 18 Noord-, West- en Zuid-Europese landen. We stellen vast dat verschillende landen in de voorbije jaren hun wettelijk kader hebben aangepast als reactie op de aanbevelingen van GRECO.

Hoofdstuk 2 focust op het niveau van de totale jaarlijkse uitgaven van politieke partijen. Op basis van data van negen landen en aan de hand van een ‘index van politieke uitgaven’ stellen we vast dat het uitgavenniveau van partijen tijdens het voorbije decennium niet systematisch is toegenomen. Op partijniveau neemt het uitgavenniveau toe met de sterkte en leeftijd van een partij. Op landniveau zijn uitgavenniveaus hoger in landen met een langere traditie van overheids-financiering, een hoger effectief aantal partijen in het partijsysteem, een kortere democratische traditie en een lager aantal ingeschreven kiezers. Ook zijn ze hoger in verkiezingsjaren.

In hoofdstuk 3 onderzoeken we één specifiek type van uitgaven, namelijk personeelsuitgaven. We bestuderen meer bepaald de relatieve personeelsuitgaven van de partijen, dit zijn de uitgaven voor personeel als aandeel van de totale jaarlijkse uitgaven, op basis van data van zeven landen. Op partijniveau stellen we vast dat relatieve personeelsuitgaven hoger zijn bij linkse partijen en dat ze toenemen met de leeftijd, het aantal leden en de duur van regeringsdeelname van een partij. Ze nemen af met de inkomsten. Op landniveau nemen de relatieve personeelsuitgaven af met het effectief aantal partijen in het partijsysteem en zijn ze lager in verkiezingsjaren.

In hoofdstukken 4 en 5 wordt het uitgavengedrag van politieke partijen onderzocht. Hiertoe ontwikkelen we een twee-dimensioneel kader. De eerste dimensie heeft betrekking op de winst- en verliescijfers van partijen, op basis waarvan we een onderscheid maken tussen spaarpartijen en uitgavenpartijen. De tweede dimensie is gerelateerd aan het uitgavenpatroon van partijen, wat ons toelaat om bureaucratische en electorale partijen te onderscheiden. Dit kader wordt toegepast op de casus van België in hoofdstuk 4, terwijl de analyse wordt uitgebreid met vier bijkomende landen in hoofdstuk 5. Beide studies tonen aan dat, bekeken op lange termijn, de meeste partijen als bureaucratische spaarpartijen kunnen worden beschouwd.

Door de uitgaven van partijen te bestuderen op basis van officiële data uit de jaarlijkse partij-boekhoudingen levert dit onderzoek een zinvolle bijdrage aan de bestaande literatuur rond zowel partijfinanciering als partijorganisaties, aangezien het ons een beter inzicht verschaft in politieke partijen, hun financiën, hun interne organisatie en structuren en hun prioriteiten.

Datum:22 okt 2012  →  30 sep 2018
Trefwoorden:party finance, party organization
Disciplines:Andere economie en bedrijfskunde, Burgerschap, immigratie en politieke ongelijkheid, Internationale en vergelijkende politiek, Meerlagig bestuur, Nationale politiek, Politiek gedrag, Politieke organisaties en instellingen, Politieke theorie en methodologie, Openbaar bestuur, Andere politieke wetenschappen
Project type:PhD project