< Terug naar vorige pagina

Project

Het ontrafelen van de pathofysiologie van psychotische depressie: Een zoektocht naar nieuwe biomarkers in het postmortale brein.

Een depressieve stoornis is een psychiatrische stoornis gekenmerkt door een depressieve gemoedstoestand, negatieve gedachten, anhedonie en suïcidaliteit. Vaak hebben patiënten last van terugkerende psychotische episodes wat een enorme impact heeft op alle facetten van hun leven. Een subpopulatie van deze patiënten heeft bovenop de karakteristieke depressieve symptomen ook nog last van psychotische symptomen zoals waanbeelden en auditieve hallucinaties (Schatzberg, 2006). Huidige imaging onderzoeken en moleculaire studies wijzen op specifieke karakteristieken die differentiëren tussen psychotische depressie en non psychotische depressie, zoals verminderde functionele activiteit in de insula bij psychotische depressie (Farret et al., 2011), en naar gedeelde factoren tussen beide vormen zoals ontregeling van de HPA-as (review Dean and Keshavan, 2017). Hoewel er dus al wel enige kennis bestaat omstreeks de onderliggende neurobiologie van psychotische depressie, is de karakterisatie verre van compleet, wat geïllustreerd wordt door de geringe diagnostisering en onderbehandeling van deze ernstige stoornis. Dit is problematisch aangezien deze patiënten een aanzienlijke 14-20 procent van de patiënten betreft (Ohayon & Schatzberg, 2002) en dat deze subpopulatie een ander ziekteverloop en een verschillende reactie op behandeling vertoont (Buoli et al., 2013, Van Diermen et al., 2018). Nieuwe technieken zoals proteomics en transcriptomics kunnen hier soelaas bieden. Deze technieken geven de mogelijkheid om op grote schaal en vanuit een atheoretisch perspectief beide ziektebeelden in kaart te brengen. Zo werden er al interessante bevindingen gedaan in post-mortem breinen van patiënten met verscheidene ziektebeelden zoals schizofrenie, bipolaire stoornis en depressieve stoornis (review Saia-Cerada, 2017). Wat betreft psychotische depressie, is er tot nog toe enkel nog maar een kleinschalig onderzoek ondernomen door Martin-De Souza et al (2012) waarbij er kwantitatieve verschillen gevonden werden tussen proteïneconcentraties gerelateerd aan energiemetabolisme en werking van de synaps. Verder werden er ook verschillen gevonden in de expressie van proteïnen die eerder al gelinkt waren aan schizofrenie, zoals men zou verwachten gezien de eerder genoemde overlap in genetische risicofactoren. Hoewel deze interessante eerste bevindingen aantonen dat deze vorm van onderzoek een waardevolle bijdrage kan leveren aan de kennis omtrent psychotische depressie op het vlak van neurobiologie, zijn er grotere studies nodig die idealiter gebruik maken van predictieve statistische methodes zoals sensitiviteit, specificiteit en reclassificatie tabellen (Pencina, 2008) om zo potentiële biomerkers te destilleren voor psychotische depressie. Verder kan kennis van het onderliggende interactienetwerk interessante drug targets opleveren (Hopkins, 2008). Deze twee doelen zijn dan ook centraal voor dit doctoraat. Om dit te kunnen bewerkstelligen zullen hersenen uit de Corselliscollectie onderzocht worden met verschillende moleculaire technieken. In de eerste fase zullen medische dossiers gelezen en geïnventariseerd worden in een elektronische database samen met informatie over het beschikbare weefsel. In een tweede fase zullen uit deze database 4 types cases geselecteerd worden, namelijk gezonde controles, patiënten met een depressieve stoornis zonder psychotische kenmerken, patiënten met een psychotische depressieve stoornis en patiënten met een psychotische stoornis zonder affectieve kenmerken. Deze stalen zullen vervolgens geanalyseerd worden door middel van proteomics en transcriptomics.
Datum:1 dec 2018  →  Heden
Trefwoorden:PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
Disciplines:Psychiatrie en psychotherapie, Verpleegkunde, Andere paramedische wetenschappen, Klinische en counseling psychologie, Andere psychologie en cognitieve wetenschappen