< Terug naar vorige pagina

Project

Het complexe beeld van een God die strijdt voor zijn volk. Een cognitief-linguïstische en theologisch-ethische studie naar de oorlogsteksten van het boek Jozua.

Het huidige onderzoek naar Bijbelse historiografie toont een groeiende interesse in het ideologische karakter van geschiedschrijving. Beïnvloed door de ‘linguistic turn’ in de geschiedfilosofie, hebben exegeten een aantal kritische benaderingen naar Bijbelse geschiedschrijving geïntegreerd, om de relatie tussen geschiedschrijving en ideologie adequater te kunnen beschrijven. De relatie tussen ideologie en taal echter, werd nog niet systematisch bestudeerd. De vraag hoe ideologie zich verhoudt tot taal, en hoe ideologische raamwerken precies uitgerukt worden in taal, en herkend kunnen worden in Bijbelse teksten, is daarom nog altijd niet beantwoord. Een andere lacune is ‘cognitie’. Ideologieën kunnen alleen in de hoofden van mensen bestaan. Wat daarom nodig is, is een methodologie waarin enerzijds de interactie tussen ideologie, taal en cognitie wordt uitgelegd, maar anderzijds ook een beschrijving biedt hoe ideologie uitgedrukt wordt in grammaticale en lexicale structuren.

Deze lacune wordt in deze studie aangepakt door Critical Discourse Analyse (CDA) te integreren als een zeer bruikbare methodologie voor Bijbelstudies. Critical Discourse Analyse is een academische beweging waaruit een aantal kritische benaderingen zijn ontstaan, die beschrijven hoe ideologie, macht, en sociale ongelijkheid uitgedrukt worden in taal. CDA benaderingen hebben tot doel op systematische wijze te analyseren hoe ideologisch taalgebruik doorgaans uitgedrukt wordt in ‘positieve zelf-presentation’, en ‘negatieve other-presentation’, en hoe zulke positieve ‘beelden’ van het ‘ik’, en negatieve beelden van de ‘ander’ uit discourse afgeleid kunnen worden. CDA is daarom een krachtige benaderingswijze die exegeten in staat stelt om te deconstrueren hoe zulke patronen van ‘andersheid’ uitgedrukt worden in Bijbelse teksten.

Gebaseerd op van Dijks Socio-Cognitieve benadering van CDA, en Harts werk, waardoor de Socio-Cognitieve benadering werd bijgesteld in het licht van de huidige ontwikkelingen in de Cognitieve wetenschap, biedt deze dissertatie een case studie aan waarin geïllustreerd wordt hoe exclusie, en geweld tegen ‘out-groups’ uitgedrukt wordt in Jozua 9–11. Zoals in elke andere CDA benadering, ligt de focus in deze studie voornamelijk op ideologisch taalgebruik, zoals die doorgaans uitdrukking krijgt in positive self-presentation en negative othering.

Het model dat in deze studie wordt voorgesteld is gestructureerd door een driedimensionale benadering, die ten doel heeft de betekenis van Bijbelteksten uit te leggen, te interpreteren en te bekritiseren. Het niveau van uitleggen, waarin de tekst als literatuur wordt bestudeerd, werd ontwikkeld in het vierde hoofdstuk van deze dissertatie: The Text as a Whole. Een tekst-linguïstische benadering, waarin bijzondere aandacht werd geschonken aan de tekstuele cohesie en interne structuur van de tekst, toonde aan dat Jozua 9–11 gezien moet worden als een drieluik, waarbij de list van de Gibeonieten in Joz 9 de oorlogsverhalen in Jozua 10 en 11 voorbereidt. Het vijfde hoofdstuk, The Text as Ideology, heeft betrekking op de fase van de interpretatie. Dit niveau van de analyse beschrijft welke discourse strategieën en conceptualisatieprocessen in de tekst verschijnen, en hoe deze structuren bijdragen aan ‘positive self-presentation’ en ‘negative other-presentation’. Een kritische discourslezing van Joz 9 heeft aangetoond dat de conceptualisatie van de Gibeonieten als een onbetrouwbare en gemarginaliseerde out-group, in het bijzonder wordt uitgedrukt in evidentialiteit, deiktische expressies en beleefdheidsstrategieën. In de oorlogsverhalen in Joz 10–11, is ‘othering’ vooral gerelateerd aan proximisatie strategieën en het gebruik van nationymen, terwijl ‘positive self-presentation’ met name uitgedrukt wordt in de vele asymmetrische ‘action chains’, die volledige destructie benadrukken, overwinningsmetaforen, en zogenaamde ‘topoi’ van autoriteit, waarin oorlog gerechtvaardigd wordt door de Wet. Beide processen zijn gerelateerd aan een identiteitsnarratief, dat duidelijk geschreven is vanuit een binnen-Israëlitisch gezichtspunt. De fase van ‘kritiek’ werd ontwikkeld in het zesde hoofdstuk. Gebaseerd op Gopins vredeshermeneutiek, werd een kritische theologisch-ethische reflectie ontwikkeld, waarin Joz 9–11 geherinterpreteerd werd als een mythe van nationale herkomst, die Israëlitische identiteit sterk linieert aan een Godgegeven thuisland, en een zelf-verstaan in termen van uitverkiezing. Een andere sleutelterm in het construeren van Israëlitische uniciteit is ḥēręm. Een kritisch onderzoek van de stam toont echter aan dat ḥrm in het boek Jozua functioneert als een retorische strategie, die uitgevonden werd om Israëls uniciteit te schragen. 

Datum:1 okt 2009  →  17 jun 2016
Trefwoorden:Hermeneutics, War against Canaan, The ban, Cognitive-linguistics
Disciplines:Theologie en religiestudies
Project type:PhD project