< Terug naar vorige pagina

Project

‘Hadde ik maer fransch konnen spreeken’. Een historisch sociolinguïstisch onderzoek naar de invloed van het Frans op het Zuidelijke Laatnieuwnederlands. (FWOTM964)

Dit project stelt een diepgaande studie voor van de Franse invloed op het Nederlands door de taalgeschiedenis heen. Specifiek focussen we op de taal in de Zuidelijke Nederlanden, waar de afwezigheid van een inheemse standaardvariëteit tijdens de 18de en de 19de eeuw vaak gelinkt wordt aan een sterke invloed van het Frans. Door die invloed binnen de Nederlandse taalgeschiedenis te
onderzoeken trachten we een descriptieve lacune te vullen, alsook bij te dragen aan het inzicht in taalcontact en standaardisatie. Het
eerste deel van het project is een metalinguïstisch onderzoek waarbij we het discours rond verfransing en Franse invloed in grammatica’s en andere metalinguïstische bronnen analyseren. Het tweede deel omvat een diachronische studie van Franse leensuffixen in het Historical Corpus of Dutch, dat loopt van de 16de tot de 19de eeuw. Dit zal ons een globaal overzicht geven van de invloed van het Frans door tijd, ruimte en genres heen. Het creëert zo een omkadering voor de laatste, meer specifieke casussen. Het derde en laatste deel zoomt in op persoonlijke brieven van soldaten uit de Napoleontische periode en WOI. Op dit corpus van egodocumenten zullen verschillende casussen uitgevoerd worden, met respectievelijk de focus op lexicale invloed, leensuffixen en syntax. Al deze studies, en vooral de combinatie ervan, brengt ons tot een preciezer en correcter beeld van Franse invloed op het Nederlands, alsook van de link tussen sociale achtergrond en verfransing.
Datum:1 nov 2019 →  31 okt 2021
Trefwoorden:historical sociolinguistics, Dutch language history
Disciplines:Corpuslinguïstiek, Diachrone linguïstiek, Historische linguïstiek, Sociolinguïstiek