< Terug naar vorige pagina

Project

Determinanten van het ledenverloop in West-Europese parlementen 1945-2015

De stabiliteit en vernieuwing van politieke elites is een thema dat politieke analisten en denkers al bezig houdt sinds de oudheid.  Sinds het ontstaan van de moderne democratie in de negentiende eeuw spitst dit debat zich ook toe op het verloop van parlementsleden als een specifieke vorm van elite-circulatie.  Meer bepaald gaat het om het aantal nieuwe parlementsleden na verkiezingen.  Dit verloop kan worden beschouwd als een indicator voor de volatiliteit van de elite, een elite-seismometer als het ware.  Daarnaast is het ook een indicator voor de competitiviteit van de  democratie, de stabiliteit van het politieke systeem, en de mate van descriptieve representatie.  In die zin is het ook een thermometer van de democratie. Tenslotte kan een zeker parlementair verloop ook worden gezien als een noodzakelijke voorwaarde tot beleidsverandering, en kan dat verloop dus ook worden beschouwd als een beleidsbarometer.   

Ook al vormt dit thema het voorwerp van onderzoek sinds het begin van de twintigste eeuw, toch zijn er nog steeds grote hiaten in onze kennis erover, en heel wat onbeantwoorde vragen.  Die hiaten betreffen vooral het parlementaire verloop buiten de Verenigde Staten.  De belangrijkste paradox betreft de tegenstelling tussen enerzijds onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat het verloop vooral wordt bepaald door de verkiezingsresultaten, geïntermedieerd door het verkiezingssysteem, en anderzijds de vaststelling dat een meerderheid van parlementsleden het parlement verlaat zonder deel te nemen aan de verkiezingen. 

In dit doctoraal proefschrift wordt getracht om dit raadsel op te lossen door een antwoord te zoeken op drie specifieke onderzoeksvragen die overeenstemmen met cruciale empirische hiaten in de bestaande literatuur:

1.Wat zijn de verklaringen voor het verloop van parlementsleden in het Lagerhuis van het parlement in geconsolideerde democratieën van West-Europa in de periode 1945-2015 ?

2.Is er een verschil tussen de verklaringen voor het verloop van vrouwelijke parlementsleden en het verloop van mannelijke parlementsleden ?  Wat kan deze focus op de gender-dimensie ervan ons leren over het verloop van parlementsleden ?

3.Hoe groot is het verloop van parlementsleden binnen en tussen partijen, en wat zijn de verklaringen hiervoor ?  

Deze vragen worden beantwoord op basis van een originele dataset (Parl-Turn), met 18.151 observaties op het niveau van individuele parlementsleden, 1.359 observaties geaggregeerd op het  niveau van politieke partijen en 152 observaties geaggregeerd op het niveau van de parlementen.  De studie heeft betrekking op het Lagerhuis (of de enige Kamer) in acht landen (Oostenrijk, België, Frankrijk, Italië, Nederland, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk) en bestrijkt een periode van zeventig jaar (1945-2015).       

Het belangrijkste resultaat is dat het verloop van parlementsleden vooral wordt bepaald door het aanbod op de politieke markt.  De structuur van de politieke carrièremogelijkheden (namelijk de aantrekkelijkheid, beschikbaarheid en toegankelijkheid van politieke mandaten) bepaalt het aanbod van aspirant-parlementsleden en bijgevolg de mate van politieke vernieuwing in het parlement.  In tweede orde staat dit in functie van vraag-gerelateerde factoren : enerzijds de vraag naar kandidaten door de partijen, anderzijds de vraag naar parlementsleden door het kiezers.  De impact van verkiezingssystemen is, alhoewel statistisch significant, van ondergeschikt belang.  Dit wijkt enigszins af van de resultaten van eerdere internationaal comparatieve studies, die vooral de nadruk legden op de fluctuaties in de voorkeuren van kiezers (zoals die tot uiting komen in electorale volatiliteit), en kiessystemen als verklaring voor het verloop van parlementsleden.   

Datum:1 okt 2013  →  22 dec 2017
Trefwoorden:Legislative turnover, Parliamentary turnover, Political elites, Legislative studies, Comparative politics
Disciplines:Andere economie en bedrijfskunde, Burgerschap, immigratie en politieke ongelijkheid, Internationale en vergelijkende politiek, Meerlagig bestuur, Nationale politiek, Politiek gedrag, Politieke organisaties en instellingen, Politieke theorie en methodologie, Openbaar bestuur, Andere politieke wetenschappen
Project type:PhD project