< Terug naar vorige pagina

Project

De toepassing van Strategisch Niche Management op sociale innovaties. Naar een geografische benadering door middel van een meervoudig case study onderzoek van cohousing en LETS in België en het Verenigd Koninkrijk.

Voor iedereen die Cuba bezoekt, wordt de aanwezigheid van een grote zwarte markt al snel duidelijk. Sommigen zien hierin het bewijs dat het socialisme faalt en plaats moet maken voor een dynamischer kapitalisme. Voor anderen is deze zwarte markt destructief voor het socialistische project en zou ze geëlimineerd moeten worden. Mijn bijdrage is om, met een focus op Cuba’s voedseleconomie, verder te gaan dan deze dichotomie en de complexe interrelaties tussen de verschillende economische sferen aan te tonen. Daar waar de beperkte literatuur over de Cubaanse informele economie zeer gepolariseerd is tussen voorstanders en tegenstanders van het regime in Havana, beargumenteer ik dat beide benaderingen bijdragen tot de idee van een hegemonische kapitalistische markt. Beide benaderingen reduceren immers de informele economie tot logica’s die vergelijkbaarder zijn met die van het kapitalisme en die op één of andere manier (tot de vreugd van sommigen en de vrees van anderen) de socialistische formele economie bedreigen. Maar zulk een dualistische benadering van de Cubaanse economie is te beperkend. Niet alleen houdt ze geen rekening met de grote verscheidenheid aan relaties die Cubanen dagelijks aangaan om voedsel te produceren en te consumeren, zo’n benadering conceptualiseert alle markt-achtige transacties als kapitalistische praktijken en gaat daardoor voorbij aan de grote diversheid aan markten die er bestaat en die mogelijk is. In dit proefschrift baseer ik mij op Polanyi’s begrip van een heterogene economie om een substantieve benadering aan te nemen en de diverse economische praktijken binnen een institutioneel geheel te plaatsen. Op basis van empirische data, verzameld door middel van interviews, participatieve observatie en voedseldagboeken, analyseer ik hoe een complex amalgaam van instituties mekaar wederzijds structureren om Cuba’s voedseleconomie te vormen. De resultaten tonen verschillende zaken. Ten eerste navigeren de Cubanen een verscheidenheid aan instituties van herverdeling, markt, wederkerigheid en zelfvoorzienendheid om voedsel te verkrijgen. Huishoud-, cooperatieve, en staatseconomieën doorkruisen mekaar en co-produceren lokale en nationale voedselsystemen. Ten tweede toont de verhandeling de ruimtelijke complexiteit van de verschillende economische sferen aan. Marktruil is niet beperkt tot de zwarte markt, noch zijn wederkerigheidsrelaties beperkt tot de huishoudeconomie. De voedseldagboeken tonen het belang van rechtstreekse verkoop van producent tot consument en de interviews tonen de aanwezigheid van onderlinge wederkerigheidsrelaties tussen boeren en tussen landbouwcoöperatieven. Ten derde zijn zowel de sfeer van herverdeling als die van de markt (ten minste ten dele) gestructureerd door en ingebed in wederkerigheidsrelaties. De resultaten tonen het belang aan van interpersoonlijke connecties in de reguliering van toegang tot land, onderlinge ruilandel tussen boeren en tussen huishoudens, directe verkoop tussen boeren en hun buren en mechanismen van herverdeling binnen de landbouwcooperatieven.

Op basis van deze bevindingen beargumenteer ik twee zaken. Ten eerste zijn deze interpersoonlijke relaties op lokaal gemeenschapsniveau cruciaal voor de constructie van een betaalbare voedseleconomie op lokale schaal. Daar waar structurele tekorten boeren tot de illegaliteit drijven om hun productiemiddelen te verkrijgen, draagt de aanwezigheid van een dicht lokaal netwerk bij tot een verantwoordelijkheidsgevoel van de boer ten opzichte van zijn buren, wat resulteert in betaalbare directe verkoopsrelaties. Zodoende herproduceert de lokale voedseleconomie solidariteit op lokale schaal, terwijl ze tegelijkertijd de solidariteit op nationale schaal ondermijnt. Ten tweede zijn deze interpersoonlijke relaties ook cruciaal in de legitimering van de meer abstracte herverdelingseconomie op nationaal niveau. Landbouwcooperatieven werken als een spil om lokale, horizontaal georganiseerde solidariteitsrelaties te verbinden met vertikale, hierarchische solidariteitsrelaties. Op die manier structureren multiscalaire formele en informele solidariteitsnetwerken mekaar en worden persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoelens uitgebreid van de cooperatieve naar de boer en van de boer terug naar de cooperatieve en de rest van het land. Ik beëindig dit proefschrift met een reflectie over het belang van de (h)erkenning en ondersteuning van deze lokale interpersoonlijke netwerken, niet alleen omwille van hun complementaire rol in de Cubaanse voedseleconomie, maar ook omwille van hun rol in de reproductie van nationale solidariteit. Iets wat, met het oog op druk van buitenaf, nog wel eens cruciaal zou kunnen zijn wil Cuba de legitimering van z’n politiek project vrijwaren.

Datum:1 okt 2012  →  13 mrt 2018
Trefwoorden:Sustainable Transition, Innovations, Social innovations, Social inequality, Co-housing, Local Exchange Trading Systems, Governance
Disciplines:Atmosferische wetenschappen, Fysische geografie en omgevingsgeowetenschappen, Atmosferische wetenschappen, uitdagingen en vervuiling, Geologie, Economische geografie, Menselijke geografie, Recreatie, vrijetijdsbesteding en toeristische geografie, Stedelijke en regionale geografie, Andere sociale en economische geografie
Project type:PhD project