< Terug naar vorige pagina

Project

De rol van peer effecten in dynamische modellen van discrete keuze: met toepassingen op technologie-adoptie en studiekeuze

Toekomstgericht gedrag is belangrijk in vele contexten. Investeerder betalen een kost vandaag, in de hoop een opbrengst te realiseren in de toekomst. Studenten zijn bereid goed te studeren, in de hoop een betere job te hebben. Tegelijkertijd kunnen deze individuele keuzes gevolgen hebben voor de hele samenleving. Investeringen in groene technologie vertragen de verandering van het klimaat. Hoogopgeleide studenten ontvangen hogere lonen, betalen daarom meer belastingen en hangen minder af van de sociale zekerheid. Omwille hiervan is het belangrijk om te bestuderen waarom individuen deze keuzes maken. Als we hun gedrag begrijpen, kunnen we beleidsimplicaties afleiden die helpen om overheidsbeleid te maken in het voordeel van de gemeenschap.

De toolbox van econometrie bevat vele manieren om dit te onderzoeken, maar iedere beleidsvraag brengt nieuwe uitdagingen voor empirische economen. In dit proefwerk toon ik drie onderwerpen waarin verschillen modellen me helpen om individueel gedrag te begrijpen en ik gebruik deze kennis om beleidsimplicaties te formuleren met het doel de sociale welvaart te verhogen. In elk hoofdstuk wil ik bijdragen op drie niveaus. Ten eerste, het causaal effect van keuzes op toekomstige uitkomsten onderzoeken en begrijpen waarom individuen deze keuzes maken. Ten tweede, beleidsimplicaties afleiden die de gemeenschap kunnen helpen. Ten derde, de modellen die we gebruiken verbeteren om onderzoekers in andere contexten te helpen bij het analyseren van toekomstgericht gedrag.

Ik focus op twee toepassingen waarvoor ik data gebruik van Vlaanderen (België): de adoptie van zonnepanelen en studiekeuzes van studenten middelbaar onderwijs. In hoofdstuk 1 en 2 schatten we structurele modellen van groene technologie adoptie (samen met Frank Verboven) en studiekeuzes. In dit type van modellen is toekomstgericht gedrag in rekening genomen door te veronderstellen dat individuen een optimalisatieprobleem oplossen dat expliciet de toekomstige impact van hun keuze in rekening neemt. Door dit theoretische model te verbinden met de data krijgen we parameters met economische betekenis die ons helpen om patronen in de data te begrijpen maar ze laten ook toe om alternatief beleid te simuleren. In het derde hoofdstuk bestuderen Koen Declercq en ik studiekeuze door middel van een andere methodologie. We schatten causale effecten van keuzes vandaag op uitkomsten in de toekomst direct door middel van modellen uit de treatment effect literatuur. Om meer te leren over het gedrag van studenten onderzoeken we heterogeniteit in de treatment effects en we bekijken verschillen uitkomsten. Dit helpt ons om beleidsimplicaties te formuleren.

 

Hoofstuk 1: Subsidies en verdisconteren bij adoptie van nieuwe technologie: de adoptie van zonnepanelen (samen met Frank Verboven).

We bestuderen een genereus programma om zonnepanelen te promoten door middel van subsidies op toekomstige elektriciteitsproductie, eerder dan investeringssubsidies. We ontwikkelen een handelbaar dynamisch model van nieuwe technologie adoptie, waarbij we ook rekening houden met heterogeniteit op het niveau van lokale markten. We identificeren de disconteringsvoet door middel van verschillen in vraag door variatie in verwacht, toekomstig nut, maar niet huidig nut. Ondanks de massale adoptie, vinden we dat gezinnen de toekomstige baten van de nieuwe technologie sterk verdisconteren. Dit impliceert dat een investeringssubsidie de technologie zou gepromoot hebben aan een veel lagere begrotingskost.

 

Hoofdstuk 2: De effecten van curriculum in middelbaar onderwijs. Een model voor programma- en inspanningskeuze.

Dit hoofdstuk bestudeert de keuze van studierichtingen in het secundair onderwijs. Ik schat een dynamisch model van onderwijskeuzes dat initiële verschillen in geobserveerde en niet-geobserveerde bekwaamheid toelaat. Het is nieuw omdat het niet-geobserveerde inspanning als een keuzevariabele toevoegt, samen met de studiekeuze. Dit vervangt traditionele oplossingen waarbij prestaties op het einde van het jaar als exogeen worden beschouwd. Ik gebruik het model om beleid te onderzoeken waarbij studenten in een ander studieprogramma terecht komen. Ik vind dat beleidsmaatregelen die zwak presterende studenten aanmoedigt om voor minder academische programma’s te kiezen geen impact heeft op het aantal studenten met een diploma hoger onderwijs, terwijl ze er wel voor zorgen dat studievertraging en drop out daalt. Een model dat inspanning als keuzevariabele negeert, genereert vertekeningen in de simulaties.

 

Hoofdstuk 3: Tracking en specialisatie van middelbare scholen: heterogene effecten van schoolkeuze (samen met Koen Declercq).

In dezelfde context, maar met recentere data, analyseren we de causale impact van het kiezen voor een elite middelbare school op studieresultaten. Scholen kunnen verschillende tracks aanbieden, maar elite scholen bieden enkel de academische track aan. Als studenten het minder goed doen in deze track, kunnen ze naar een andere track gaan om studievertraging te vermijden. Voor studenten in een elite school impliceert dit dat ze ook van school moeten veranderen. We houden rekening met zelfselectie en heterogeniteit in het treatment effect en vinden een klein en insignificant gemiddeld treatment effect. We vinden echter veel heterogeniteit. Studenten die kiezen voor een elite school ondervinden de meest negatieve effecten. Dit resultaat kan verklaard worden door het veranderen van track. Studenten met een hoge preferentie voor elite scholen willen deze school niet verlaten om zo een track te kunnen kiezen die hen beter ligt.   

Datum:1 okt 2013  →  1 sep 2018
Trefwoorden:Dynamic discrete choice, Technology adoption, Education Economics, Forward looking behavior
Disciplines:Toegepaste economie, Economische geschiedenis, Macro-economie en monetaire economie, Micro-economie, Toerisme
Project type:PhD project