< Terug naar vorige pagina

Project

De geografische strategie van partijen bij de lijstvorming: de Belgische politieke partijen bij de Kamerverkiezingen (1987-2010)

Wanneer Belgische kiezers naar de stembus trekken, hebben ze de keuze tussen kandidatenlijsten van verschillende politieke partijen. Kiezers weten dat ze enerzijds een lijststem kunnen uitbrengen, waarmee ze zich akkoord verklaren met de kandidatenlijst in haar geheel, en anderzijds een of meerdere individuele voorkeurstemmen kunnen geven aan kandidaten van een en dezelfde lijst. De meeste kiezers zijn echter niet op de hoogte van de inspanning die politieke partijen lange tijd voor de verkiezingsdag leveren om geschikte kandidaten te selecteren en kandidatenlijsten in elkaar te boksen.

Zowel in België als in andere lijst proportionele kiessystemen proberen politieke partijen evenwichtige kandidatenlijsten op te stellen, waarop kandidaten van zoveel mogelijk verschillende maatschappelijke groepen vertegenwoordigd worden. De uitsluiting van een bepaalde maatschappelijke groep zou immers het signaal kunnen geven dat een partij niet begaan is met de belangen van die groep, wat kiezers kan ontmoedigen en  mogelijk leidt tot een electorale afstraffing. Bovendien verkleint de inclusie van verschillende maatschappelijke groepen ook de kans op interne fricties binnen de partijorganisatie.

Terwijl eerder onderzoek naar kandidatenselectie en lijstvormingsprocessen zich eerder richtte op aspecten zoals gender en etnische minderheden, bestudeert deze verhandeling de geografische dimensie. In België, maar ook in andere lijst proportionele systemen wereldwijd, doen partijen ontzettend veel moeite om kandidaten te selecteren uit alle regio’s, gemeenten of zelfs dorpen binnen de kieskring. Dat is een interessante vaststelling, aangezien empirisch onderzoek aantoont dat verkiezingen steeds meer een genationaliseerd en homogeen karakter vertonen, en de rol van het lokale naar de achtergrond verschuift.

Op basis van de case van de Belgische Kamerverkiezingen tussen 1987 en 2010, bestudeert deze verhandeling het hoe en waarom van geografische spreiding op kandidatenlijsten. Wat is het belang van lokale en geografische kandidatenkenmerken voor partijen? Welke interne partijmechanismen bevorderen geografische vertegenwoordiging op de lijsten? Welke impact heeft geografische vertegenwoordiging en spreiding op het verkiezingsresultaat? En hebben politieke partijen een duidelijke strategie m.b.t. geografische vertegenwoordiging, bijvoorbeeld wanneer ze een verkiezingsnederlaag hebben geleden in een bepaalde regio of gemeente?

Hoofdstuk 2 omvat een beschrijvende analyse van de woonplaats van Belgische kandidaten voor parlementsverkiezingen, en toont aan dat het aandeel kandidaten uit kleine gemeenten systematisch is gedaald. Verder suggereren de resultaten dat het aantal gemeenten dat vertegenwoordigd wordt op de lijsten ook sterk daalde, mogelijk ten gevolge van de kieshervormingen en bijhorende electorale schaalvergrotingen in het Belgische systeem.

Hoofdstuk 3 en 4 focussen op het belang van lokale kandidatenkenmerken als nominatiecriteria bij de lijstvorming en als determinanten van verkiezingssucces. De resultaten tonen dat politieke partijen vooral op zoek gaan naar burgemeesters, incumbents en partijmedewerkers voor de invulling van verkiesbare plaatsen, en dat kandidaten uit grotere gemeenten en steden systematisch vaker toegewezen worden aan deze topposities op de lijst. Daarnaast selecteren partijen m.b.t. de strijdplaatsen opvallend vaak lokale mandatarissen uit grote gemeenten. Wat betreft de verkiezingsresultaten bewijst het multilevel-model in Hoofdstuk 4 dat de bevolkingsomvang van de gemeente als dusdanig geen significant effect heeft op het aantal voorkeurstemmen, maar de verwachte interactie tussen lokaal mandaat en bevolkingsomvang van de gemeente wordt wel bevestigd. Dit impliceert dat het electorale voordeel van een lokaal mandaat toeneemt met de omvang van de gemeente. Deze resultaten tonen aan dat lokale mandatarissen, en in het bijzonder deze uit grote steden, de interne partijcompetitie tussen kandidaten domineren (zowel in termen van lijstvorming als verkiezingsresultaten).

Betreffende de determinanten van geografische vertegenwoordiging bewijst de analyse in Hoofstuk 5 dat vooral het niveau van decentralisatie in kandidatenselectieprocessen een belangrijke rol speelt. Als lokale partijafdelingen mogen deelnemen aan de besluitvorming, leidt dat tot een meer evenwichtige vertegenwoordiging van gemeenten binnen de kieskringen. En hoewel de analyse in Hoofdstuk 6 geen steun geeft aan de stelling dat geografische spreiding als dusdanig leidt tot electorale vooruitgang, kan een evenwichtige vertegenwoordiging op de lijsten wel degelijk de interne tegenstellingen binnen een partij tot een minimum beperken.

Vanuit het perspectief van de individuele politicus benadrukt deze verhandeling de toegevoegde waarde van cumulatie van lokale en parlementaire mandaten. Een bijkomend lokaal mandaat geeft nationale politici blijkbaar een voorsprong in het lijstvormingsproces en bij de electorale competitie met partijgenoten. Vanuit het politieke partijperspectief lijkt het dat investeren in lokale verkiezingen en partijafdelingen nog steeds de moeite waard is aangezien zowel het resultaat van de lijsten als van individuele kandidaten mede bepaald wordt door lokale verankering en  het lokale profiel.

 

Datum:1 okt 2009  →  30 sep 2016
Trefwoorden:Geographical strategy, Belgium, Representation, List PR system, Candidate selection
Disciplines:Sociologie van organisaties en beroepen, Andere economie en bedrijfskunde, Burgerschap, immigratie en politieke ongelijkheid, Internationale en vergelijkende politiek, Meerlagig bestuur, Nationale politiek, Politiek gedrag, Politieke organisaties en instellingen, Politieke theorie en methodologie, Openbaar bestuur, Andere politieke wetenschappen
Project type:PhD project