< Terug naar vorige pagina

Project

De Duits-joodse stedelijke ervaring in het Derde Rijk: Heterotopieën in autobiografische literatuur uit Breslau.

Dit onderzoeksproject onderzoekt uit literatuurwetenschappelijk perspectief de tekstuele weergave van nationaalsocialistische stedelijke ruimte en dagdagelijkse stedelijke ervaring in de Duits-joodse autobiografische literatuur. Dagelijks leven is altijd gebonden aan een lokale context en zodoende verbonden met specifieke plaatsen. Breslau, de thuis van de derde grootste joodse gemeenschap in het Duitse Rijk, werd het Poolse Wroclaw na 1945. Ondanks de vele prominente Duits-joodse intellectuelen zoals Fritz Stern, Walter Laqueur of Ignatz Bubis die uit de hoofdstad van Silezië stammen, wekte de geschiedenis van Breslau onder het nationaalsocialisme gedurende vele decennia slechts weinig wetenschappelijke interesse. Het ruimtelijke perspectief op antisemitisme in deze stad zal verbonden worden met de ruimtelijke zelforiëntatie van de dagboekauteurs. De tekstuele representatie van stedelijke ruimte in het nationaalsocialisme is geen passieve oppervlakte waarop antisemitisme in de stad gewoon plaatsvindt. Integendeel, joodse autobiografische literatuur houdt zich bezig met de verschillende plaatsen in Breslau die worden verbonden met herinneringen van de publieke en private geschiedenis. Na 1933 veroorzaakte de inperking van de joodse leefwereld – als gevolg van de productie van een specifieke nationaalsocialistische ruimte – een reeks joodse tactieken waarbij herhaaldelijk geprobeerd werd hun geleefde ruimte heruit te vinden. Deze tactieken zijn rechtstreeks gelinkt aan de loci van joodse uitsluiting. Het autobiografische corpus is doorspekt met lange beschrijvingen van wandelingen, gedetailleerde portretten van het stadsleven in Breslau en met herinneringen hieraan van voor 1933 alsook toenemende beschrijvingen van steeds enger wordende ruimtes. Deze paper stelt dat – opdat de nationaalsocialisten Breslau in een waardige Oost-Duitse stad konden veranderen en de "joodsheid" konden elimineren – de joodse bevolking niet enkel fysiek verwijderd moest worden, maar ook de publieke en private ruimte in de stad moest worden gewijzigd/herzien. Om een theoretisch kader voor te stellen om de spanning tussen ruimtelijke ondergeschiktheid en tactische wederopeising van verloren ruimte in Breslau te onderzoeken, zal gebruik gemaakt worden van Michel Foucaults heterotopie-concept, als een microcosmos die een diepe en ambivalente relatie met de wereld in het algemeen en de sfeer van de utopie vestigt. Joodse heterotopieën zoals de 'bibliotheek', de 'begraafplaats', de 'synagoge' tussen 1933 en 1943 – het laatste transport naar Auschwitz vertrok in Breslau op 5 maart 1943 – keren de centrum-periferie-logica om en worden gebruikt om restanten/overblijfselen van een burgerlijke habitus te bewaren en om verder persoonlijkheid uit te drukken. Door een "close reading" van de tekstuele voorstelling van de heterotopie zal de metaforische deixis van de joodse stedelijke ervaring en het nationaalsocialistische Breslau geschetst worden. Terugkerende verschijningen en metaforen zoals "trap", "raam", "muur", "façade", "spiegel", "doolhof" zijn informatief voor de mentale waarnemingsmodaliteiten (Wahrnehmungspositive) en de zelforiëntatie van de Duits-joodse auteurs. Op deze manier benadrukken we zowel ruimtelijk-politieke grenzen en controle in de stad – barrières, palen, borden – als de niet-aangeduide grenzen die de joodse en Duitse inwoners van Breslau scheiden om te tonen hoe uitsluiting tekstueel gezien wordt weergegeven door verschillende knooppunten van verschil die hun marginaliteit vermengen en compliceren.
Datum:1 okt 2016  →  30 sep 2017
Trefwoorden:JOODSE STUDIES
Disciplines:Talen, Literatuurwetenschappen, Theorie en methodologie van de talenstudies, Theorie en methodologie van de linguïstiek, Theorie en methodologie van de literatuurwetenschappen, Andere linguïstiek en literatuurwetenschappen