< Terug naar vorige pagina

Project

Contra-factuelen in de Geschiedenis van het Grieks: een Verfijnde Diachrone Typologie met een Context-sensitief Evolutiemodel

(1) Als ik jou was, U+2026.(2) Ik had het moeten/kunnen/willen weten.(3) Had ze nou maar geluisterd.Deze constructies noemt men in de taalkunde contra-factueel. Zij speculeren over een onrealiseerbare stand van zaken die gebaseerd is op een niet gerealiseerde voorwaarde. Elke taal heeft zulke uitdrukkingen, maar in verschillende vormen. Deze contra-factuelen ontstaan uit uitdrukkingen die voorheen niet contra-factueel van aard waren, zoals verleden tijden of modale werkwoorden. In bestaande taalkundige onderzoeken van meerdere talen zijn voorbarige conclusies getrokken over de opbouw en evolutie van contra-factuelen. Zo zijn de studies te beperkt, bijvoorbeeld tot contra-factuele conditionelen (1), modale werkwoorden (2) en tot wensen (3). Ook is de vraag nog niet beantwoord welke taalkundige versus contextuele factoren verantwoordelijk zijn voor de specifieke fases in de evolutiecyclus van contra-factuelen. Dit PhD-project zal bovenstaande gebreken proberen te verhelpen door het veelbelovende het Oudgrieks (van 750 voor tot 100 na Christus) te onderzoeken, omdat het diverser is in typen contra-factuelen en typen evoluties dan tot nu toe bekend. De verwachte resultaten van het analyseren van deze (veelal) nog niet bestudeerde contra-factuelen zijn: (1) een representatievere evolutiecyclus die toegepast is op andere talen; (2) een verklaring van de rol van taalkundige en contextuele factoren voor de evolutiefasen; (3) een monografie over contra-factuelen in het Oudgrieks.

Datum:1 nov 2019 →  Heden
Trefwoorden:Grieks
Disciplines:Historische linguïstiek, Diachrone linguïstiek, Vergelijkende talenstudies, Corpuslinguïstiek, Filologie