< Terug naar vorige pagina

Project

Connectie door Coherentie: Over de Sociale Functie van Coherentie Autobiografische Herinneringen

We hebben allemaal verhalen te vertellen. Eerder onderzoek toonde aan dat er talrijke individuele verschillen zijn in het vertellen van deze persoonlijke ervaringen uit het verleden, ook wel onze autobiografische herinneringen genoemd. Eén daarvan betreft narratieve coherentie, of de mate waarin een verhaal of narratief in staat is de inhoud en betekenis van de beschreven gebeurtenissen op een structureel en thematisch samenhangende manier over te brengen. Verschillen in narratieve coherentie worden verondersteld samen te hangen met het mentale welzijn van individuen. Echter, resultaten zijn niet altijd consistent en onderzoek naar mechanismen die de relatie tussen coherentie en mentaal welbevinden kunnen verklaren is beperkt. In dit proefschrift wordt coherentie daarom niet alleen onderzocht in relatie tot mentaal welbevinden, maar ook met betrekking tot een mogelijk onderliggend mechanisme, sociale steun. Het autobiografisch geheugen wordt namelijk verondersteld een cruciale sociale functie te dienen; door onze herinneringen te delen met anderen kunnen we sociale relaties aangaan en in standhouden. In ons werkmodel, hypothetiseren we dat de relatie tussen narratieve coherentie en mentaal welbevinden gemedieerd wordt door sociale steun. Dit veronderstelde model vormt het bredere kader voor dit proefschrift en wordt, samen met gerelateerde onderzoeksvragen, onderzocht met behulp van verschillende onderzoeksmethoden en -designs, gaande van cross-sectionele en longitudinale tot experimentele studies.
        In Deel 1 toont Hoofdstuk 1 hoe de integratie van fenomenologische en functionele perspectieven op autobiografisch geheugenonderzoek ons kan dienen in het streven naar een beter begrip en verklaring van de relatie tussen narratieve coherentie en mentaal welbevinden. 
        In Deel 2 onderzoekt Hoofdstuk 2 de cross-sectionele en prospectieve relaties tussen narratieve coherentie en mentaal welbevinden, alsook de mediatie via sociale steun. In Hoofdstuk 3 worden gelijkaardige onderzoeksvragen gesteld, maar worden de uitkomstmaten bestudeerd tijdens een periode van verhoogde stress als gevolg van de COVID-19-pandemie.
        In Deel 3 wordt in Hoofdstuk 4 en 5 de (multidimensionale) impact van narratieve coherentie op sociale reacties nagegaan in een reeks van experimentele studies. In Hoofdstuk 6 wordt een gedragsversie van de studies uit Hoofdstuk 4 en 5 voorgesteld.
        In Deel 4 worden de relaties uit het werkmodel onderzocht in de tegenovergestelde richting van de studies beschreven in Deel 2 en 3. In Hoofdstuk 7 onderzoeken we het effect van sociale steun na een stressvolle gebeurtenis op narratieve coherentie en mentaal welbevinden in een experimenteel onderzoek. In Hoofdstuk 8 onderzoeken we of trek- en staat- sociale angst narratieve coherentie kunnen beïnvloeden in een (quasi-)experimentele studie.
        In Deel 5 wordt dieper ingegaan op technische, methodologische en theoretische overwegingen met betrekking tot narratieve coherentie als construct. In Hoofdstuk 9 worden mondelinge en schriftelijke modaliteiten van narratieve coherentie vergeleken met elkaar en hoe ze zich verhouden tot uitkomsten van mentaal welbevinden en sociale steun. In Hoofdstuk 10 doen we een detaillistische analyse van de samenstellende subcomponenten van coherentie en hun relatie met mentaal welbevinden. In Hoofdstuk 11 wordt een alternatief functioneel-contextualistisch perspectief op autobiografisch geheugen in de studie van psychopathologie uitgewerkt.
        Tenslotte biedt de algemene discussie een integratie van de voorgaande hoofdstukken. De resultaten die tijdens dit proefschrift werden verkregen worden geïnterpreteerd in de state-of-the-art literatuur, klinische en theoretische implicaties worden besproken en een agenda voor toekomstig onderzoek wordt gepresenteerd.

Datum:1 sep 2017  →  Heden
Trefwoorden:Autobiographical emory, Social interaction, Narrative coherence
Disciplines:Biologische en fysiologische psychologie, Algemene psychologie, Andere psychologie en cognitieve wetenschappen
Project type:PhD project