< Back to previous page

Publication

How do MA level students write syntheses? Mapping advanced writers' use of external sources

Journal Contribution - Journal Article

In het hedendaags schrijfvaardigheidsonderwijs is 'schrijven op basis van externe bronnen' een belangrijke vaardigheid. Dit artikel onderzoekt op welke manier masterstudenten bronnen consulteren en verwerken in syntheseschrijftaken. Daarbij verkennen we in de eerste plaats welke indicatoren we het beste kunnen gebruiken om die omgang met bronnen te beschrijven. Daarnaast gaan we na in welke mate de aanpak van het brongebruik stabiel blijft binnen proefpersonen en hoe de aanpak zich verhoudt tot de productkwaliteit. In dit onderzoek schreven 60 masterstudenten aan het begin en aan het einde van het academisch jaar een synthesetekst in hun moedertaal. Er werden hun twee thema's voorgelegd en per thema kregen de studenten drie onlinebronnen aangeboden: een rapport van de Europese Unie, een beknopte webtekst en een krantenartikel. De schrijfprocessen en het brongebruik werden geregistreerd via het toetsregistratieprogramma Inputlog. Op die manier werd nagegaan hoeveel tijd de masterstudenten besteedden aan het lezen en consulteren van de bronnen, wanneer ze dat deden, welke bronnen ze het meest frequent consulteerden en hoe vaak ze tussen de verschillende (soorten) bronnen wisselden. De kwaliteit van de syntheseteksten werd vervolgens holistisch beoordeeld door vier beoordelaars op basis van schaalvoorbeelden. Om een beter en concreter beeld te schetsen van de complexiteit die brongebruik kenmerkt, presenteren we eerst een casestudy van twee schrijvers. Daarna stellen we de resultaten van een factoranalyse voor. Die geeft aan welke variabelen - en in welke samenhang - beschrijvende indicatoren vormen voor de manier waarop masterstudenten omgaan met bronnen en op welke manier die indicatoren van invloed zijn op de tekstkwaliteit. Uit de factoranalyse blijkt dat er drie componenten zijn die de aanpak van het brongebruik van de masterstudenten kunnen bepalen (75% van de totale datavariantie): (a) initiële leestijd, (b) interactie met de bronnen en (c) de mate van variantie in brongebruik in de loop van het schrijfproces. De manier waarop bronnen worden geconsulteerd en verwerkt, blijkt stabiel te zijn van meetmoment 1 naar meetmoment 2. Ook de productkwaliteit blijft onveranderd. Wel toont de analyse van goede en slechte teksten aan dat goede teksten meer gekenmerkt worden door een relatief lange initiële leestijd met relatief minder bronwissels. Ook lijkt het raadzamer om bij het verder uitwerken van de tekst vaker (en gerichter) de bronnen te consulteren.
Journal: Pedagogische Studiën: Tijdschrift voor Onderwijskunde en Opvoedkunde
ISSN: 0165-0645
Volume: 94
Pages: 233 - 253
Publication year:2017